Surah Al-A'raf in Dutch: translation and audio
Surah 7 · الأعراف · The Heights · 206 verses
Surah Al-A'raf verse by verse: the Arabic with a recitation you can repeat, the transliteration, and the Dutch translation by Malak Faris Abdalsalaam. For the meaning of every word, see Surah Al-A'raf word by word in English.
Verse 1
الٓمٓصٓ
Transliteration alif-lam-meem-sad
Dutch Alif, Lām, Mīm, Sād.
Verse 2
كِتَـٰبٌ أُنزِلَ إِلَيْكَ فَلَا يَكُن فِى صَدْرِكَ حَرَجٌ مِّنْهُ لِتُنذِرَ بِهِۦ وَذِكْرَىٰ لِلْمُؤْمِنِينَ
Transliteration kitābun unzila ilayka falā yakun fī ṣadrika ḥarajun min'hu litundhira bihi wadhik'rā lil'mu'minīna
Dutch (Dit is) een Boek wat aan jou (Mohammed) neergezonden is, laat er daarom geen bedruktheid in jouw borst zijn vanwege deze (Koran). Het Boek is een waarschuwing en een overdenking voor de gelovigen.
Verse 3
ٱتَّبِعُوا۟ مَآ أُنزِلَ إِلَيْكُم مِّن رَّبِّكُمْ وَلَا تَتَّبِعُوا۟ مِن دُونِهِۦٓ أَوْلِيَآءَ ۗ قَلِيلًا مَّا تَذَكَّرُونَ
Transliteration ittabiʿū mā unzila ilaykum min rabbikum walā tattabiʿū min dūnihi awliyāa qalīlan mā tadhakkarūna
Dutch Volg dan hetgeen aan jullie is neergezonden van jullie Heer en volg buiten Hem geen leiders. Weinig is het dat jullie je laten vermanen.
Verse 4
وَكَم مِّن قَرْيَةٍ أَهْلَكْنَـٰهَا فَجَآءَهَا بَأْسُنَا بَيَـٰتًا أَوْ هُمْ قَآئِلُونَ
Transliteration wakam min qaryatin ahlaknāhā fajāahā basunā bayātan aw hum qāilūna
Dutch En een groot aantal steden vernietigden Wij. Onze bestraffing kwam over hen gedurende de nacht, of terwijl zij hun middagslaap deden.
Verse 5
فَمَا كَانَ دَعْوَىٰهُمْ إِذْ جَآءَهُم بَأْسُنَآ إِلَّآ أَن قَالُوٓا۟ إِنَّا كُنَّا ظَـٰلِمِينَ
Transliteration famā kāna daʿwāhum idh jāahum basunā illā an qālū innā kunnā ẓālimīna
Dutch En hun smeekbede, toen Onze bestraffing tot hen kwam, was slechts dat zij zeiden: “Waarlijk, wij waren onrechtvaardigen.”
Verse 6
فَلَنَسْـَٔلَنَّ ٱلَّذِينَ أُرْسِلَ إِلَيْهِمْ وَلَنَسْـَٔلَنَّ ٱلْمُرْسَلِينَ
Transliteration falanasalanna alladhīna ur'sila ilayhim walanasalanna l-mur'salīna
Dutch Dan zeker, zullen Wij die (mensen) ondervragen aan wie (Profeten) gezonden waren en waarlijk, Wij zullen de Boodschappers ondervragen.
Verse 7
فَلَنَقُصَّنَّ عَلَيْهِم بِعِلْمٍ ۖ وَمَا كُنَّا غَآئِبِينَ
Transliteration falanaquṣṣanna ʿalayhim biʿil'min wamā kunnā ghāibīna
Dutch Dan zeker, Wij zullen hen (het hele verhaal) met kennis vertellen en Wij waren zeker niet afwezig.
Verse 8
وَٱلْوَزْنُ يَوْمَئِذٍ ٱلْحَقُّ ۚ فَمَن ثَقُلَتْ مَوَٰزِينُهُۥ فَأُو۟لَـٰٓئِكَ هُمُ ٱلْمُفْلِحُونَ
Transliteration wal-waznu yawma-idhin l-ḥaqu faman thaqulat mawāzīnuhu fa-ulāika humu l-muf'liḥūna
Dutch En het afwegen (van de daden) op de Dag (van de Afrekening) zal de werkelijke (balans) aangeven. De (ware) overwinnaars zijn zij van wie de weegschaal (met hasanaat) zwaarder (door)weegt.
Verse 9
وَمَنْ خَفَّتْ مَوَٰزِينُهُۥ فَأُو۟لَـٰٓئِكَ ٱلَّذِينَ خَسِرُوٓا۟ أَنفُسَهُم بِمَا كَانُوا۟ بِـَٔايَـٰتِنَا يَظْلِمُونَ
Transliteration waman khaffat mawāzīnuhu fa-ulāika alladhīna khasirū anfusahum bimā kānū biāyātinā yaẓlimūna
Dutch En zij die een lichte schaal hebben (door zonden), dat zijn de (ware) verliezers omdat zij Onze Verzen plachten te ontkennen.
Verse 10
وَلَقَدْ مَكَّنَّـٰكُمْ فِى ٱلْأَرْضِ وَجَعَلْنَا لَكُمْ فِيهَا مَعَـٰيِشَ ۗ قَلِيلًا مَّا تَشْكُرُونَ
Transliteration walaqad makkannākum fī l-arḍi wajaʿalnā lakum fīhā maʿāyisha qalīlan mā tashkurūna
Dutch En zeker, Wij gaven jullie gezag over de aarde en wezen voor jullie daarin levensonderhoud aan. Weinig is de dank die jullie geven.
Verse 11
وَلَقَدْ خَلَقْنَـٰكُمْ ثُمَّ صَوَّرْنَـٰكُمْ ثُمَّ قُلْنَا لِلْمَلَـٰٓئِكَةِ ٱسْجُدُوا۟ لِـَٔادَمَ فَسَجَدُوٓا۟ إِلَّآ إِبْلِيسَ لَمْ يَكُن مِّنَ ٱلسَّـٰجِدِينَ
Transliteration walaqad khalaqnākum thumma ṣawwarnākum thumma qul'nā lil'malāikati us'judū liādama fasajadū illā ib'līsa lam yakun mina l-sājidīna
Dutch En zeker, Wij hebben jullie geschapen en hebben jullie vorm gegeven. Toen hebben Wij de Engelen verteld: “Kniel neer voor Adam,” en zij knielden neer, behalve Iblies: hij weigerde om één van de knielenden te zijn.
Verse 12
قَالَ مَا مَنَعَكَ أَلَّا تَسْجُدَ إِذْ أَمَرْتُكَ ۖ قَالَ أَنَا۠ خَيْرٌ مِّنْهُ خَلَقْتَنِى مِن نَّارٍ وَخَلَقْتَهُۥ مِن طِينٍ
Transliteration qāla mā manaʿaka allā tasjuda idh amartuka qāla anā khayrun min'hu khalaqtanī min nārin wakhalaqtahu min ṭīnin
Dutch Hij (Allah) zei: “Wat weerhoud je ervan om te knielen wanneer Ik jou dat beveel?” Iblies zei: “Ik ben beter dan hem. Mij heeft U van vuur geschapen terwijl U hem van klei hebt geschapen.”
Verse 13
قَالَ فَٱهْبِطْ مِنْهَا فَمَا يَكُونُ لَكَ أَن تَتَكَبَّرَ فِيهَا فَٱخْرُجْ إِنَّكَ مِنَ ٱلصَّـٰغِرِينَ
Transliteration qāla fa-ih'biṭ min'hā famā yakūnu laka an tatakabbara fīhā fa-ukh'ruj innaka mina l-ṣāghirīna
Dutch Hij (Allah) zei: “Daal af uit dit Paradijs, het is niet aan jou om hier hooghartig te zijn. Ga weg, want jij bent iemand die vernederd en verworpen is.”
Verse 14
قَالَ أَنظِرْنِىٓ إِلَىٰ يَوْمِ يُبْعَثُونَ
Transliteration qāla anẓir'nī ilā yawmi yub'ʿathūna
Dutch Hij (Iblies) zei: “Geef mij uitstel tot de Dag waarop zij allen herrijzen.”
Verse 15
قَالَ إِنَّكَ مِنَ ٱلْمُنظَرِينَ
Transliteration qāla innaka mina l-munẓarīna
Dutch Hij (Allah) zei: “Jij bent één van degenen die uitstel heeft gekregen (tot aan de eerste bazuinstoot).”
Verse 16
قَالَ فَبِمَآ أَغْوَيْتَنِى لَأَقْعُدَنَّ لَهُمْ صِرَٰطَكَ ٱلْمُسْتَقِيمَ
Transliteration qāla fabimā aghwaytanī la-aqʿudanna lahum ṣirāṭaka l-mus'taqīma
Dutch Hij (Iblies) zei: “En omdat U mij hebt doen dwalen, zal ik hen (de kinderen van Adam) belemmeren op het rechte Pad (dat naar U leidt).
Verse 17
ثُمَّ لَـَٔاتِيَنَّهُم مِّنۢ بَيْنِ أَيْدِيهِمْ وَمِنْ خَلْفِهِمْ وَعَنْ أَيْمَـٰنِهِمْ وَعَن شَمَآئِلِهِمْ ۖ وَلَا تَجِدُ أَكْثَرَهُمْ شَـٰكِرِينَ
Transliteration thumma laātiyannahum min bayni aydīhim wamin khalfihim waʿan aymānihim waʿan shamāilihim walā tajidu aktharahum shākirīna
Dutch Vervolgens benader ik hen langs voor en langs achter, van links en van rechts. En de meesten van hen zult U niet als dankbare (gelovigen) ontmoeten.”
Verse 18
قَالَ ٱخْرُجْ مِنْهَا مَذْءُومًا مَّدْحُورًا ۖ لَّمَن تَبِعَكَ مِنْهُمْ لَأَمْلَأَنَّ جَهَنَّمَ مِنكُمْ أَجْمَعِينَ
Transliteration qāla ukh'ruj min'hā madhūman madḥūran laman tabiʿaka min'hum la-amla-anna jahannama minkum ajmaʿīna
Dutch Hij (Allah) zei (tegen Iblies): “Verlaat dit (Paradijs) verworpen en uitgebannen. Wie van (de mensheid) jou volgt, daar zal Ik zeker de Hel mee vullen.”
Verse 19
وَيَـٰٓـَٔادَمُ ٱسْكُنْ أَنتَ وَزَوْجُكَ ٱلْجَنَّةَ فَكُلَا مِنْ حَيْثُ شِئْتُمَا وَلَا تَقْرَبَا هَـٰذِهِ ٱلشَّجَرَةَ فَتَكُونَا مِنَ ٱلظَّـٰلِمِينَ
Transliteration wayāādamu us'kun anta wazawjuka l-janata fakulā min ḥaythu shi'tumā walā taqrabā hādhihi l-shajarata fatakūnā mina l-ẓālimīna
Dutch “En, O Adam! Woon met je vrouw in het Paradijs en eet wat jullie beiden wensen, maar nader niet deze boom, want anders zullen jullie beiden tot de onrechtvaardigen behoren.”
Verse 20
فَوَسْوَسَ لَهُمَا ٱلشَّيْطَـٰنُ لِيُبْدِىَ لَهُمَا مَا وُۥرِىَ عَنْهُمَا مِن سَوْءَٰتِهِمَا وَقَالَ مَا نَهَىٰكُمَا رَبُّكُمَا عَنْ هَـٰذِهِ ٱلشَّجَرَةِ إِلَّآ أَن تَكُونَا مَلَكَيْنِ أَوْ تَكُونَا مِنَ ٱلْخَـٰلِدِينَ
Transliteration fawaswasa lahumā l-shayṭānu liyub'diya lahumā mā wūriya ʿanhumā min sawātihimā waqāla mā nahākumā rabbukumā ʿan hādhihi l-shajarati illā an takūnā malakayni aw takūnā mina l-khālidīna
Dutch Toen fluisterde Satan hen beiden gedachten in om datgene wat van hun geslachtsdelen (eerder) verborgen was te onthullen. En hij zei: “Jullie Heer heeft jullie deze boom slechts verboden omdat jullie anders Engelen worden, of dat jullie tot de onsterfelijken zullen behoren.”
Verse 21
وَقَاسَمَهُمَآ إِنِّى لَكُمَا لَمِنَ ٱلنَّـٰصِحِينَ
Transliteration waqāsamahumā innī lakumā lamina l-nāṣiḥīna
Dutch En hij (Satan) zwoer hen bij Allah: “Waarlijk, ik ben slechts jullie oprechte adviseur.”
Verse 22
فَدَلَّىٰهُمَا بِغُرُورٍ ۚ فَلَمَّا ذَاقَا ٱلشَّجَرَةَ بَدَتْ لَهُمَا سَوْءَٰتُهُمَا وَطَفِقَا يَخْصِفَانِ عَلَيْهِمَا مِن وَرَقِ ٱلْجَنَّةِ ۖ وَنَادَىٰهُمَا رَبُّهُمَآ أَلَمْ أَنْهَكُمَا عَن تِلْكُمَا ٱلشَّجَرَةِ وَأَقُل لَّكُمَآ إِنَّ ٱلشَّيْطَـٰنَ لَكُمَا عَدُوٌّ مُّبِينٌ
Transliteration fadallāhumā bighurūrin falammā dhāqā l-shajarata badat lahumā sawātuhumā waṭafiqā yakhṣifāni ʿalayhimā min waraqi l-janati wanādāhumā rabbuhumā alam anhakumā ʿan til'kumā l-shajarati wa-aqul lakumā inna l-shayṭāna lakumā ʿaduwwun mubīnun
Dutch Waarlijk, hij bedroog hen door misleiding. Toen zij van (de vruchten van) de boom geproefd hadden, werd hun schaamte zichtbaar en zij begonnen zich te bedekken met de aaneengeregen bladeren van het Paradijs. En hun Heer riep hen (zeggende): “Heb Ik jullie die boom niet verboden en jullie verteld: “Waarlijk, Satan is een openlijke vijand voor jullie?”
Verse 23
قَالَا رَبَّنَا ظَلَمْنَآ أَنفُسَنَا وَإِن لَّمْ تَغْفِرْ لَنَا وَتَرْحَمْنَا لَنَكُونَنَّ مِنَ ٱلْخَـٰسِرِينَ
Transliteration qālā rabbanā ẓalamnā anfusanā wa-in lam taghfir lanā watarḥamnā lanakūnanna mina l-khāsirīna
Dutch Zij zeiden: “O Heer, wij hebben onszelf onrecht aangedaan. Als U ons niet vergeeft en ons Uw genade niet schenkt, dan zullen wij zeker tot de verliezers behoren.”
Verse 24
قَالَ ٱهْبِطُوا۟ بَعْضُكُمْ لِبَعْضٍ عَدُوٌّ ۖ وَلَكُمْ فِى ٱلْأَرْضِ مُسْتَقَرٌّ وَمَتَـٰعٌ إِلَىٰ حِينٍ
Transliteration qāla ih'biṭū baʿḍukum libaʿḍin ʿaduwwun walakum fī l-arḍi mus'taqarrun wamatāʿun ilā ḥīnin
Dutch Hij (Allah) zei: “Daal af, jullie zijn elkaars vijanden. Op aarde zal er een woonplaats voor jullie zijn en genieting voor een zekere tijd.”
Verse 25
قَالَ فِيهَا تَحْيَوْنَ وَفِيهَا تَمُوتُونَ وَمِنْهَا تُخْرَجُونَ
Transliteration qāla fīhā taḥyawna wafīhā tamūtūna wamin'hā tukh'rajūna
Dutch Hij zei: “Daarop zullen jullie leven en daarop zullen jullie sterven en daaruit zullen jullie tevoorschijn worden gebracht.”
Verse 26
يَـٰبَنِىٓ ءَادَمَ قَدْ أَنزَلْنَا عَلَيْكُمْ لِبَاسًا يُوَٰرِى سَوْءَٰتِكُمْ وَرِيشًا ۖ وَلِبَاسُ ٱلتَّقْوَىٰ ذَٰلِكَ خَيْرٌ ۚ ذَٰلِكَ مِنْ ءَايَـٰتِ ٱللَّهِ لَعَلَّهُمْ يَذَّكَّرُونَ
Transliteration yābanī ādama qad anzalnā ʿalaykum libāsan yuwārī sawātikum warīshan walibāsu l-taqwā dhālika khayrun dhālika min āyāti l-lahi laʿallahum yadhakkarūna
Dutch O, Kinderen van Adam! Wij hebben jullie kleding gegeven, zodat jullie jezelf kunnen bedekken en versieren. Maar de kleding van de rechtvaardigheid is beter. Dit is onder de Tekenen van "Allah, dat zij het overdenken.
Verse 27
يَـٰبَنِىٓ ءَادَمَ لَا يَفْتِنَنَّكُمُ ٱلشَّيْطَـٰنُ كَمَآ أَخْرَجَ أَبَوَيْكُم مِّنَ ٱلْجَنَّةِ يَنزِعُ عَنْهُمَا لِبَاسَهُمَا لِيُرِيَهُمَا سَوْءَٰتِهِمَآ ۗ إِنَّهُۥ يَرَىٰكُمْ هُوَ وَقَبِيلُهُۥ مِنْ حَيْثُ لَا تَرَوْنَهُمْ ۗ إِنَّا جَعَلْنَا ٱلشَّيَـٰطِينَ أَوْلِيَآءَ لِلَّذِينَ لَا يُؤْمِنُونَ
Transliteration yābanī ādama lā yaftinannakumu l-shayṭānu kamā akhraja abawaykum mina l-janati yanziʿu ʿanhumā libāsahumā liyuriyahumā sawātihimā innahu yarākum huwa waqabīluhu min ḥaythu lā tarawnahum innā jaʿalnā l-shayāṭīna awliyāa lilladhīna lā yu'minūna
Dutch O Kinderen van Adam! Laat Satan jullie niet bedriegen (door hem te volgen) want hij heeft ervoor gezorgd dat jullie ouders het Paradijs moesten verlaten en hij heeft hen van hun kleding ontdaan om hun geslachtsdelen te tonen. Waarlijk, hij (de duivel) en zijn aanhangers zien jullie van waar jullie hen niet zien. Waarlijk, Wij hebben de duivels aangesteld als helpers (en zielsverwanten) van de ongelovigen.
Verse 28
وَإِذَا فَعَلُوا۟ فَـٰحِشَةً قَالُوا۟ وَجَدْنَا عَلَيْهَآ ءَابَآءَنَا وَٱللَّهُ أَمَرَنَا بِهَا ۗ قُلْ إِنَّ ٱللَّهَ لَا يَأْمُرُ بِٱلْفَحْشَآءِ ۖ أَتَقُولُونَ عَلَى ٱللَّهِ مَا لَا تَعْلَمُونَ
Transliteration wa-idhā faʿalū fāḥishatan qālū wajadnā ʿalayhā ābāanā wal-lahu amaranā bihā qul inna l-laha lā yamuru bil-faḥshāi ataqūlūna ʿalā l-lahi mā lā taʿlamūna
Dutch En als zij een kwade daad begaan zeggen zij: “Onze vaders hebben het ook gedaan en Allah heeft het ons bevolen.” Zeg (O Mohammed): “Neen, Allah beveelt nooit een kwade daad.” Zeggen jullie iets van Allah waar jullie geen weet van hebben?”
Verse 29
قُلْ أَمَرَ رَبِّى بِٱلْقِسْطِ ۖ وَأَقِيمُوا۟ وُجُوهَكُمْ عِندَ كُلِّ مَسْجِدٍ وَٱدْعُوهُ مُخْلِصِينَ لَهُ ٱلدِّينَ ۚ كَمَا بَدَأَكُمْ تَعُودُونَ
Transliteration qul amara rabbī bil-qis'ṭi wa-aqīmū wujūhakum ʿinda kulli masjidin wa-id'ʿūhu mukh'liṣīna lahu l-dīna kamā bada-akum taʿūdūna
Dutch Zeg: “Mijn Heer heeft rechtvaardigheid bevolen en (zegt) dat jullie slechts Hem moeten aankijken in elke plaats van aanbidding, in gebeden en slechts Hem aanroepen en je godsdienst oprecht aan Hem wijden door in de aanbidding Hem geen deelgenoten toe te kennen en met de intentie dat jullie jullie daden slechts voor Allah verrichten. Zoals Hij jullie de eerste keer heeft geschapen, zo zullen jullie terugkeren.
Verse 30
فَرِيقًا هَدَىٰ وَفَرِيقًا حَقَّ عَلَيْهِمُ ٱلضَّلَـٰلَةُ ۗ إِنَّهُمُ ٱتَّخَذُوا۟ ٱلشَّيَـٰطِينَ أَوْلِيَآءَ مِن دُونِ ٱللَّهِ وَيَحْسَبُونَ أَنَّهُم مُّهْتَدُونَ
Transliteration farīqan hadā wafarīqan ḥaqqa ʿalayhimu l-ḍalālatu innahumu ittakhadhū l-shayāṭīna awliyāa min dūni l-lahi wayaḥsabūna annahum muh'tadūna
Dutch Er is een groep die Hij geleid heeft en een groep die het verdiend dwalend te zijn (omdat) zij zeker de duivels als bondgenoten hebben genomen in plaats van Allah en dachten dat zij geleid waren.
Verse 31
۞ يَـٰبَنِىٓ ءَادَمَ خُذُوا۟ زِينَتَكُمْ عِندَ كُلِّ مَسْجِدٍ وَكُلُوا۟ وَٱشْرَبُوا۟ وَلَا تُسْرِفُوٓا۟ ۚ إِنَّهُۥ لَا يُحِبُّ ٱلْمُسْرِفِينَ
Transliteration yābanī ādama khudhū zīnatakum ʿinda kulli masjidin wakulū wa-ish'rabū walā tus'rifū innahu lā yuḥibbu l-mus'rifīna
Dutch O Kinderen van Adam, kleedt jullie goed en mooi voor het gebed (en bij de rondgang van de Ka’ba). En eet en drink (wat jullie maar willen), maar verspil niet door buitensporigheid. Voorzeker, Hij houdt niet van de verkwisters.
Verse 32
قُلْ مَنْ حَرَّمَ زِينَةَ ٱللَّهِ ٱلَّتِىٓ أَخْرَجَ لِعِبَادِهِۦ وَٱلطَّيِّبَـٰتِ مِنَ ٱلرِّزْقِ ۚ قُلْ هِىَ لِلَّذِينَ ءَامَنُوا۟ فِى ٱلْحَيَوٰةِ ٱلدُّنْيَا خَالِصَةً يَوْمَ ٱلْقِيَـٰمَةِ ۗ كَذَٰلِكَ نُفَصِّلُ ٱلْـَٔايَـٰتِ لِقَوْمٍ يَعْلَمُونَ
Transliteration qul man ḥarrama zīnata l-lahi allatī akhraja liʿibādihi wal-ṭayibāti mina l-riz'qi qul hiya lilladhīna āmanū fī l-ḥayati l-dun'yā khāliṣatan yawma l-qiyāmati kadhālika nufaṣṣilu l-āyāti liqawmin yaʿlamūna
Dutch Zeg (O Mohammed): “Wie heeft de versiering met kleding, door Allah gegeven, en wat Hij voor Zijn dienaren gemaakt heeft en het goede van het eten, verboden verklaard?” Zeg: “Dit is op de Dag der Opstanding" uitsluitend voor degenen die geloofden tijdens het wereldse leven.” Dus leggen Wij de islamitische wetten precies uit voor de mensen die kennis hebben.”
Verse 33
قُلْ إِنَّمَا حَرَّمَ رَبِّىَ ٱلْفَوَٰحِشَ مَا ظَهَرَ مِنْهَا وَمَا بَطَنَ وَٱلْإِثْمَ وَٱلْبَغْىَ بِغَيْرِ ٱلْحَقِّ وَأَن تُشْرِكُوا۟ بِٱللَّهِ مَا لَمْ يُنَزِّلْ بِهِۦ سُلْطَـٰنًا وَأَن تَقُولُوا۟ عَلَى ٱللَّهِ مَا لَا تَعْلَمُونَ
Transliteration qul innamā ḥarrama rabbiya l-fawāḥisha mā ẓahara min'hā wamā baṭana wal-ith'ma wal-baghya bighayri l-ḥaqi wa-an tush'rikū bil-lahi mā lam yunazzil bihi sul'ṭānan wa-an taqūlū ʿalā l-lahi mā lā taʿlamūna
Dutch Zeg: “(Mijn Heer heeft slechts de zedeloosheden verboden, wat er openlijk van is en wat er verborgen is, en de zonde; en de overtreding zonder recht; en dat jullie Allah deelgenoten (in de aanbidding) toekennen, waarvoor Hij geen toestemming heeft gegeven en zaken over Allah zeggen waar jullie geen kennis over hebben.”
Verse 34
وَلِكُلِّ أُمَّةٍ أَجَلٌ ۖ فَإِذَا جَآءَ أَجَلُهُمْ لَا يَسْتَأْخِرُونَ سَاعَةً ۖ وَلَا يَسْتَقْدِمُونَ
Transliteration walikulli ummatin ajalun fa-idhā jāa ajaluhum lā yastakhirūna sāʿatan walā yastaqdimūna
Dutch En elk volk heeft zijn aangewezen tijd: als die tijd is aangebroken, dan kunnen zij het geen moment uitstellen noch vervroegen.
Verse 35
يَـٰبَنِىٓ ءَادَمَ إِمَّا يَأْتِيَنَّكُمْ رُسُلٌ مِّنكُمْ يَقُصُّونَ عَلَيْكُمْ ءَايَـٰتِى ۙ فَمَنِ ٱتَّقَىٰ وَأَصْلَحَ فَلَا خَوْفٌ عَلَيْهِمْ وَلَا هُمْ يَحْزَنُونَ
Transliteration yābanī ādama immā yatiyannakum rusulun minkum yaquṣṣūna ʿalaykum āyātī famani ittaqā wa-aṣlaḥa falā khawfun ʿalayhim walā hum yaḥzanūna
Dutch O, Kinderen van Adam! Als er Boodschappers tot jullie komen vanuit jullie midden, voor jullie Mijn verzen reciterend, dan zal voor ieder die vroom en rechtvaardig wordt geen vrees zijn, noch zullen zij bedroefd zijn.
Verse 36
وَٱلَّذِينَ كَذَّبُوا۟ بِـَٔايَـٰتِنَا وَٱسْتَكْبَرُوا۟ عَنْهَآ أُو۟لَـٰٓئِكَ أَصْحَـٰبُ ٱلنَّارِ ۖ هُمْ فِيهَا خَـٰلِدُونَ
Transliteration wa-alladhīna kadhabū biāyātinā wa-is'takbarū ʿanhā ulāika aṣḥābu l-nāri hum fīhā khālidūna
Dutch Maar degenen die Onze Tekenen verwerpen en hen arrogant behandelen, zij zullen de bewoners van het Hellevuur zijn en zij zullen daarin voor altijd verblijven.
Verse 37
فَمَنْ أَظْلَمُ مِمَّنِ ٱفْتَرَىٰ عَلَى ٱللَّهِ كَذِبًا أَوْ كَذَّبَ بِـَٔايَـٰتِهِۦٓ ۚ أُو۟لَـٰٓئِكَ يَنَالُهُمْ نَصِيبُهُم مِّنَ ٱلْكِتَـٰبِ ۖ حَتَّىٰٓ إِذَا جَآءَتْهُمْ رُسُلُنَا يَتَوَفَّوْنَهُمْ قَالُوٓا۟ أَيْنَ مَا كُنتُمْ تَدْعُونَ مِن دُونِ ٱللَّهِ ۖ قَالُوا۟ ضَلُّوا۟ عَنَّا وَشَهِدُوا۟ عَلَىٰٓ أَنفُسِهِمْ أَنَّهُمْ كَانُوا۟ كَـٰفِرِينَ
Transliteration faman aẓlamu mimmani if'tarā ʿalā l-lahi kadhiban aw kadhaba biāyātihi ulāika yanāluhum naṣībuhum mina l-kitābi ḥattā idhā jāathum rusulunā yatawaffawnahum qālū ayna mā kuntum tadʿūna min dūni l-lahi qālū ḍallū ʿannā washahidū ʿalā anfusihim annahum kānū kāfirīna
Dutch Wie is er onrechtvaardiger dan degenen die een leugen over Allah hebben verzonnen of die Zijn tekenen verwerpen? Zij zijn degenen die door hun aandeel in het Boek (der beslissingen) getroffen worden, tot Onze boodschappers tot hen komen en hun ziel nemen, zij (de Engelen) zullen zeggen: “Waar zijn degenen die jullie gewoonlijk naast Allah aanriepen.” Zij zullen antwoorden: “Zij zijn verdwenen en hebben ons verlaten.” En zij zullen tegen zichzelf getuigen dat zij ongelovigen waren.
Verse 38
قَالَ ٱدْخُلُوا۟ فِىٓ أُمَمٍ قَدْ خَلَتْ مِن قَبْلِكُم مِّنَ ٱلْجِنِّ وَٱلْإِنسِ فِى ٱلنَّارِ ۖ كُلَّمَا دَخَلَتْ أُمَّةٌ لَّعَنَتْ أُخْتَهَا ۖ حَتَّىٰٓ إِذَا ٱدَّارَكُوا۟ فِيهَا جَمِيعًا قَالَتْ أُخْرَىٰهُمْ لِأُولَىٰهُمْ رَبَّنَا هَـٰٓؤُلَآءِ أَضَلُّونَا فَـَٔاتِهِمْ عَذَابًا ضِعْفًا مِّنَ ٱلنَّارِ ۖ قَالَ لِكُلٍّ ضِعْفٌ وَلَـٰكِن لَّا تَعْلَمُونَ
Transliteration qāla ud'khulū fī umamin qad khalat min qablikum mina l-jini wal-insi fī l-nāri kullamā dakhalat ummatun laʿanat ukh'tahā ḥattā idhā iddārakū fīhā jamīʿan qālat ukh'rāhum liūlāhum rabbanā hāulāi aḍallūnā faātihim ʿadhāban ḍiʿ'fan mina l-nāri qāla likullin ḍiʿ'fun walākin lā taʿlamūna
Dutch (Op de Dag der Opstanding) zegt (Allah): “Treedt toe tot de volkeren van Djinn en mensen die (reeds zijn heengegaan en) jullie zijn voorgegaan in de Hel.” Telkens wanneer een nieuw volk naar binnen gaat, vervloekt het zijn broedervolk (dat voor hen ging), tot zij allen tezamen in het Vuur zijn. De laatste van hen zal over de eerste zeggen: “Onze Heer! Deze heeft ons misleid, geef hem een dubbele bestraffing van het Vuur.” Hij zal zeggen: ”Voor ieder van jullie is er een dubbele (bestraffing), maar jullie weten het niet.”
Verse 39
وَقَالَتْ أُولَىٰهُمْ لِأُخْرَىٰهُمْ فَمَا كَانَ لَكُمْ عَلَيْنَا مِن فَضْلٍ فَذُوقُوا۟ ٱلْعَذَابَ بِمَا كُنتُمْ تَكْسِبُونَ
Transliteration waqālat ūlāhum li-ukh'rāhum famā kāna lakum ʿalaynā min faḍlin fadhūqū l-ʿadhāba bimā kuntum taksibūna
Dutch De eerste van hen zal tegen de laatste van hen zeggen: “Jullie waren niet beter dan ons, proef dus de bestraffing die jullie verdienen.”
Verse 40
إِنَّ ٱلَّذِينَ كَذَّبُوا۟ بِـَٔايَـٰتِنَا وَٱسْتَكْبَرُوا۟ عَنْهَا لَا تُفَتَّحُ لَهُمْ أَبْوَٰبُ ٱلسَّمَآءِ وَلَا يَدْخُلُونَ ٱلْجَنَّةَ حَتَّىٰ يَلِجَ ٱلْجَمَلُ فِى سَمِّ ٱلْخِيَاطِ ۚ وَكَذَٰلِكَ نَجْزِى ٱلْمُجْرِمِينَ
Transliteration inna alladhīna kadhabū biāyātinā wa-is'takbarū ʿanhā lā tufattaḥu lahum abwābu l-samāi walā yadkhulūna l-janata ḥattā yalija l-jamalu fī sammi l-khiyāṭi wakadhālika najzī l-muj'rimīna
Dutch Waarlijk, degenen die Onze Tekenen naast zich neer leggen en ze met arrogantie behandelen, voor hen zullen de poorten van de hemel zich niet openen en zij zullen het Paradijs niet binnengaan tot de kameel door het oog van de naald gaat. Zo vergelden Wij de misdadigers.
Verse 41
لَهُم مِّن جَهَنَّمَ مِهَادٌ وَمِن فَوْقِهِمْ غَوَاشٍ ۚ وَكَذَٰلِكَ نَجْزِى ٱلظَّـٰلِمِينَ
Transliteration lahum min jahannama mihādun wamin fawqihim ghawāshin wakadhālika najzī l-ẓālimīna
Dutch Er zal een bed van Hellevuur zijn en zij worden met het (Hellevuur) bedekt. Zo vergelden Wij de onrechtvaardigen.
Verse 42
وَٱلَّذِينَ ءَامَنُوا۟ وَعَمِلُوا۟ ٱلصَّـٰلِحَـٰتِ لَا نُكَلِّفُ نَفْسًا إِلَّا وُسْعَهَآ أُو۟لَـٰٓئِكَ أَصْحَـٰبُ ٱلْجَنَّةِ ۖ هُمْ فِيهَا خَـٰلِدُونَ
Transliteration wa-alladhīna āmanū waʿamilū l-ṣāliḥāti lā nukallifu nafsan illā wus'ʿahā ulāika aṣḥābu l-janati hum fīhā khālidūna
Dutch En degenen die geloven en goede daden verrichten: Wij belasten niemand (van hen) boven zijn vermogen, zij zijn de bewoners van het Paradijs. Zij zullen daarin eeuwig verblijven.
Verse 43
وَنَزَعْنَا مَا فِى صُدُورِهِم مِّنْ غِلٍّ تَجْرِى مِن تَحْتِهِمُ ٱلْأَنْهَـٰرُ ۖ وَقَالُوا۟ ٱلْحَمْدُ لِلَّهِ ٱلَّذِى هَدَىٰنَا لِهَـٰذَا وَمَا كُنَّا لِنَهْتَدِىَ لَوْلَآ أَنْ هَدَىٰنَا ٱللَّهُ ۖ لَقَدْ جَآءَتْ رُسُلُ رَبِّنَا بِٱلْحَقِّ ۖ وَنُودُوٓا۟ أَن تِلْكُمُ ٱلْجَنَّةُ أُورِثْتُمُوهَا بِمَا كُنتُمْ تَعْمَلُونَ
Transliteration wanazaʿnā mā fī ṣudūrihim min ghillin tajrī min taḥtihimu l-anhāru waqālū l-ḥamdu lillahi alladhī hadānā lihādhā wamā kunnā linahtadiya lawlā an hadānā l-lahu laqad jāat rusulu rabbinā bil-ḥaqi wanūdū an til'kumu l-janatu ūrith'tumūhā bimā kuntum taʿmalūna
Dutch En Wij zullen uit hun harten gevoelens van haat en pijn verwijderen; rivieren stromen onder het Paradijs. En zij zullen zeggen: “Alle lof en dank is aan Allah, Die ons hiertoe geleid heeft, nooit hadden wij de Leiding kunnen vinden, ware het niet dat Allah ons geleid heeft! Waarlijk, de Boodschappers van Onze Heer zijn met de Waarheid gekomen.” En er zal tot hen geroepen worden: “Dit is het Paradijs, dat jullie hebben geërfd wegens wat jullie plachten te doen.”
Verse 44
وَنَادَىٰٓ أَصْحَـٰبُ ٱلْجَنَّةِ أَصْحَـٰبَ ٱلنَّارِ أَن قَدْ وَجَدْنَا مَا وَعَدَنَا رَبُّنَا حَقًّا فَهَلْ وَجَدتُّم مَّا وَعَدَ رَبُّكُمْ حَقًّا ۖ قَالُوا۟ نَعَمْ ۚ فَأَذَّنَ مُؤَذِّنٌۢ بَيْنَهُمْ أَن لَّعْنَةُ ٱللَّهِ عَلَى ٱلظَّـٰلِمِينَ
Transliteration wanādā aṣḥābu l-janati aṣḥāba l-nāri an qad wajadnā mā waʿadanā rabbunā ḥaqqan fahal wajadttum mā waʿada rabbukum ḥaqqan qālū naʿam fa-adhana mu-adhinun baynahum an laʿnatu l-lahi ʿalā l-ẓālimīna
Dutch En de bewoners van het Paradijs zullen tegen de bewoners van het Vuur roepen: “Wij hebben zeker ontdekt dat het waar is wat onze Heer ons beloofd heeft; hebben jullie ook ontdekt dat het waar is wat jullie Heer jullie beloofd heeft?” Zij zullen zeggen: “Ja” Dan zal een roeper tussen hen verklaren: “De vloek van Allah is over de onrechtvaardigen.”
Verse 45
ٱلَّذِينَ يَصُدُّونَ عَن سَبِيلِ ٱللَّهِ وَيَبْغُونَهَا عِوَجًا وَهُم بِٱلْـَٔاخِرَةِ كَـٰفِرُونَ
Transliteration alladhīna yaṣuddūna ʿan sabīli l-lahi wayabghūnahā ʿiwajan wahum bil-ākhirati kāfirūna
Dutch Zij zijn degenen die (de mens) op het Pad van Allah hinderen en die wensen dat hij krom was. En zij geloven niet in het Hiernamaals.
Verse 46
وَبَيْنَهُمَا حِجَابٌ ۚ وَعَلَى ٱلْأَعْرَافِ رِجَالٌ يَعْرِفُونَ كُلًّۢا بِسِيمَىٰهُمْ ۚ وَنَادَوْا۟ أَصْحَـٰبَ ٱلْجَنَّةِ أَن سَلَـٰمٌ عَلَيْكُمْ ۚ لَمْ يَدْخُلُوهَا وَهُمْ يَطْمَعُونَ
Transliteration wabaynahumā ḥijābun waʿalā l-aʿrāfi rijālun yaʿrifūna kullan bisīmāhum wanādaw aṣḥāba l-janati an salāmun ʿalaykum lam yadkhulūhā wahum yaṭmaʿūna
Dutch En tussen hen zal een afscheiding zijn en op de hoge muren zullen mensen zijn, die allen zullen herkennen door hun kenmerken. Zij roepen naar de bewoners van het Paradijs: “Vrede zij met jullie!” en op die tijd zijn zij het Paradijs nog niet binnengegaan, maar zij hopen zeker daar naar binnen te gaan.
Verse 47
۞ وَإِذَا صُرِفَتْ أَبْصَـٰرُهُمْ تِلْقَآءَ أَصْحَـٰبِ ٱلنَّارِ قَالُوا۟ رَبَّنَا لَا تَجْعَلْنَا مَعَ ٱلْقَوْمِ ٱلظَّـٰلِمِينَ
Transliteration wa-idhā ṣurifat abṣāruhum til'qāa aṣḥābi l-nāri qālū rabbanā lā tajʿalnā maʿa l-qawmi l-ẓālimīna
Dutch En als hun ogen zich tot de bewoners van het Vuur richten, zullen zij zeggen: ”Onze Heer! Zet ons niet bij de mensen die onrechtvaardig zijn.”
Verse 48
وَنَادَىٰٓ أَصْحَـٰبُ ٱلْأَعْرَافِ رِجَالًا يَعْرِفُونَهُم بِسِيمَىٰهُمْ قَالُوا۟ مَآ أَغْنَىٰ عَنكُمْ جَمْعُكُمْ وَمَا كُنتُمْ تَسْتَكْبِرُونَ
Transliteration wanādā aṣḥābu l-aʿrāfi rijālan yaʿrifūnahum bisīmāhum qālū mā aghnā ʿankum jamʿukum wamā kuntum tastakbirūna
Dutch En als de mensen van de muur de mensen herkennen aan hun kenmerken roepen zij: “Jullie grote getale noch jullie arrogantie waren jullie tot nut”
Verse 49
أَهَـٰٓؤُلَآءِ ٱلَّذِينَ أَقْسَمْتُمْ لَا يَنَالُهُمُ ٱللَّهُ بِرَحْمَةٍ ۚ ٱدْخُلُوا۟ ٱلْجَنَّةَ لَا خَوْفٌ عَلَيْكُمْ وَلَآ أَنتُمْ تَحْزَنُونَ
Transliteration ahāulāi alladhīna aqsamtum lā yanāluhumu l-lahu biraḥmatin ud'khulū l-janata lā khawfun ʿalaykum walā antum taḥzanūna
Dutch (Zij die op de muren zitten zeggen:) “Zijn dit (de gelovigen) degenen waarvan jullie zwoeren dat Allah hen nooit genade zou tonen? (Let op! Er is tegen hen gezegd): “Ga het Paradijs binnen, geen angst zal jullie treffen noch zullen jullie bedroefd zijn.”
Verse 50
وَنَادَىٰٓ أَصْحَـٰبُ ٱلنَّارِ أَصْحَـٰبَ ٱلْجَنَّةِ أَنْ أَفِيضُوا۟ عَلَيْنَا مِنَ ٱلْمَآءِ أَوْ مِمَّا رَزَقَكُمُ ٱللَّهُ ۚ قَالُوٓا۟ إِنَّ ٱللَّهَ حَرَّمَهُمَا عَلَى ٱلْكَـٰفِرِينَ
Transliteration wanādā aṣḥābu l-nāri aṣḥāba l-janati an afīḍū ʿalaynā mina l-māi aw mimmā razaqakumu l-lahu qālū inna l-laha ḥarramahumā ʿalā l-kāfirīna
Dutch En de bewoners van het Vuur zullen tegen de bewoners van het Paradijs roepen: “Giet over ons wat water of iets waarmee Allah jullie voorzien heeft.” Zij zullen zeggen “Beiden heeft Allah voor de ongelovigen verboden.”
Verse 51
ٱلَّذِينَ ٱتَّخَذُوا۟ دِينَهُمْ لَهْوًا وَلَعِبًا وَغَرَّتْهُمُ ٱلْحَيَوٰةُ ٱلدُّنْيَا ۚ فَٱلْيَوْمَ نَنسَىٰهُمْ كَمَا نَسُوا۟ لِقَآءَ يَوْمِهِمْ هَـٰذَا وَمَا كَانُوا۟ بِـَٔايَـٰتِنَا يَجْحَدُونَ
Transliteration alladhīna ittakhadhū dīnahum lahwan walaʿiban wagharrathumu l-ḥayatu l-dun'yā fal-yawma nansāhum kamā nasū liqāa yawmihim hādhā wamā kānū biāyātinā yajḥadūna
Dutch (Zij zijn) Degenen die hun godsdienst als plezier en vermaak beschouwden, en degenen die bedrogen zijn door het wereldse leven. Dus op deze dag zullen Wij hen vergeten, zoals zij de ontmoeting op deze dag vergaten en omdat zij Onze Tekenen verwierpen.
Verse 52
وَلَقَدْ جِئْنَـٰهُم بِكِتَـٰبٍ فَصَّلْنَـٰهُ عَلَىٰ عِلْمٍ هُدًى وَرَحْمَةً لِّقَوْمٍ يُؤْمِنُونَ
Transliteration walaqad ji'nāhum bikitābin faṣṣalnāhu ʿalā ʿil'min hudan waraḥmatan liqawmin yu'minūna
Dutch Zeker, Wij hebben tot hen een Boek gebracht, wat Wij nauwkeurig met kennis uitlegden: als Leiding en als een Genade voor de mensen die geloven.
Verse 53
هَلْ يَنظُرُونَ إِلَّا تَأْوِيلَهُۥ ۚ يَوْمَ يَأْتِى تَأْوِيلُهُۥ يَقُولُ ٱلَّذِينَ نَسُوهُ مِن قَبْلُ قَدْ جَآءَتْ رُسُلُ رَبِّنَا بِٱلْحَقِّ فَهَل لَّنَا مِن شُفَعَآءَ فَيَشْفَعُوا۟ لَنَآ أَوْ نُرَدُّ فَنَعْمَلَ غَيْرَ ٱلَّذِى كُنَّا نَعْمَلُ ۚ قَدْ خَسِرُوٓا۟ أَنفُسَهُمْ وَضَلَّ عَنْهُم مَّا كَانُوا۟ يَفْتَرُونَ
Transliteration hal yanẓurūna illā tawīlahu yawma yatī tawīluhu yaqūlu alladhīna nasūhu min qablu qad jāat rusulu rabbinā bil-ḥaqi fahal lanā min shufaʿāa fayashfaʿū lanā aw nuraddu fanaʿmala ghayra alladhī kunnā naʿmalu qad khasirū anfusahum waḍalla ʿanhum mā kānū yaftarūna
Dutch Wachten "zij alleen maar op de uiteindelijke vervulling van de gebeurtenis? Op de Dag dat de gebeurtenis uiteindelijk vervuld is, zullen degenen die het vroeger negeerden zeggen: “Waarlijk, de Boodschappers van Onze Heer kwamen tot ons met de Waarheid: zijn er nu bemiddelaars voor ons, zodat zij kunnen bemiddelen? Of kunnen wij (naar de aarde) teruggestuurd worden, zodat wij daden kunnen verrichten anders dan de daden die wij deden?” Waarlijk, zij hebben zichzelf verloren en datgene wat zij verzonnen is van hen verdwenen.
Verse 54
إِنَّ رَبَّكُمُ ٱللَّهُ ٱلَّذِى خَلَقَ ٱلسَّمَـٰوَٰتِ وَٱلْأَرْضَ فِى سِتَّةِ أَيَّامٍ ثُمَّ ٱسْتَوَىٰ عَلَى ٱلْعَرْشِ يُغْشِى ٱلَّيْلَ ٱلنَّهَارَ يَطْلُبُهُۥ حَثِيثًا وَٱلشَّمْسَ وَٱلْقَمَرَ وَٱلنُّجُومَ مُسَخَّرَٰتٍۭ بِأَمْرِهِۦٓ ۗ أَلَا لَهُ ٱلْخَلْقُ وَٱلْأَمْرُ ۗ تَبَارَكَ ٱللَّهُ رَبُّ ٱلْعَـٰلَمِينَ
Transliteration inna rabbakumu l-lahu alladhī khalaqa l-samāwāti wal-arḍa fī sittati ayyāmin thumma is'tawā ʿalā l-ʿarshi yugh'shī al-layla l-nahāra yaṭlubuhu ḥathīthan wal-shamsa wal-qamara wal-nujūma musakharātin bi-amrihi alā lahu l-khalqu wal-amru tabāraka l-lahu rabbu l-ʿālamīna
Dutch Waarlijk, jullie Heer is Allah, Die de hemelen en de aarde in zes dagen heeft geschapen. Vervolgens zetelde Hij zich op de Troon. Hij bedekt de nacht met de dag, die hem snel opvolgt en (Hij schiep) de zon, de maan en de sterren, zijn onderworpen aan Zijn bevel. Zeker, aan Hem is de schepping en het bevel. Gezegend zij Allah de Heer der Werelden.
Verse 55
ٱدْعُوا۟ رَبَّكُمْ تَضَرُّعًا وَخُفْيَةً ۚ إِنَّهُۥ لَا يُحِبُّ ٱلْمُعْتَدِينَ
Transliteration id'ʿū rabbakum taḍarruʿan wakhuf'yatan innahu lā yuḥibbu l-muʿ'tadīna
Dutch Roep jullie Heer aan in nederigheid en (met) zachtheid. Hij houdt niet van de overtreders.
Verse 56
وَلَا تُفْسِدُوا۟ فِى ٱلْأَرْضِ بَعْدَ إِصْلَـٰحِهَا وَٱدْعُوهُ خَوْفًا وَطَمَعًا ۚ إِنَّ رَحْمَتَ ٱللَّهِ قَرِيبٌ مِّنَ ٱلْمُحْسِنِينَ
Transliteration walā tuf'sidū fī l-arḍi baʿda iṣ'lāḥihā wa-id'ʿūhu khawfan waṭamaʿan inna raḥmata l-lahi qarībun mina l-muḥ'sinīna
Dutch En sticht geen onheil op aarde, nadat het geordend is en roep Hem met angst en hoop aan. Zeker, Allah’s genade is dichtbij (en binnen handbereik van) de weldoeners (die hun best doen in het zuiveren van hun intenties en daden).
Verse 57
وَهُوَ ٱلَّذِى يُرْسِلُ ٱلرِّيَـٰحَ بُشْرًۢا بَيْنَ يَدَىْ رَحْمَتِهِۦ ۖ حَتَّىٰٓ إِذَآ أَقَلَّتْ سَحَابًا ثِقَالًا سُقْنَـٰهُ لِبَلَدٍ مَّيِّتٍ فَأَنزَلْنَا بِهِ ٱلْمَآءَ فَأَخْرَجْنَا بِهِۦ مِن كُلِّ ٱلثَّمَرَٰتِ ۚ كَذَٰلِكَ نُخْرِجُ ٱلْمَوْتَىٰ لَعَلَّكُمْ تَذَكَّرُونَ
Transliteration wahuwa alladhī yur'silu l-riyāḥa bush'ran bayna yaday raḥmatihi ḥattā idhā aqallat saḥāban thiqālan suq'nāhu libaladin mayyitin fa-anzalnā bihi l-māa fa-akhrajnā bihi min kulli l-thamarāti kadhālika nukh'riju l-mawtā laʿallakum tadhakkarūna
Dutch En Hij is Degene Die de winden zendt als aankondigers van goede berichten, voorafgaand aan Zijn Barmhartigheid (regen). Zodat wanneer zij de zware wolken hebben opgeheven, Wij die naar een dorre streek drijven, waarna Wij daaruit water doen neerdalen, waarmee Wij dan allerlei soorten vruchten voortbrengen. Zo wekken Wij de doden op. Hopelijk laten jullie je vermanen.
Verse 58
وَٱلْبَلَدُ ٱلطَّيِّبُ يَخْرُجُ نَبَاتُهُۥ بِإِذْنِ رَبِّهِۦ ۖ وَٱلَّذِى خَبُثَ لَا يَخْرُجُ إِلَّا نَكِدًا ۚ كَذَٰلِكَ نُصَرِّفُ ٱلْـَٔايَـٰتِ لِقَوْمٍ يَشْكُرُونَ
Transliteration wal-baladu l-ṭayibu yakhruju nabātuhu bi-idh'ni rabbihi wa-alladhī khabutha lā yakhruju illā nakidan kadhālika nuṣarrifu l-āyāti liqawmin yashkurūna
Dutch De plantengroei van een goed land komt voort door de toestemming van zijn Heer. En datgene wat slecht is (onvruchtbaar), brengt niets anders voort dan een geringe hoeveelheid. Zo leggen Wij de Tekenen uit voor de mensen die dankbaar zijn.
Verse 59
لَقَدْ أَرْسَلْنَا نُوحًا إِلَىٰ قَوْمِهِۦ فَقَالَ يَـٰقَوْمِ ٱعْبُدُوا۟ ٱللَّهَ مَا لَكُم مِّنْ إِلَـٰهٍ غَيْرُهُۥٓ إِنِّىٓ أَخَافُ عَلَيْكُمْ عَذَابَ يَوْمٍ عَظِيمٍ
Transliteration laqad arsalnā nūḥan ilā qawmihi faqāla yāqawmi uʿ'budū l-laha mā lakum min ilāhin ghayruhu innī akhāfu ʿalaykum ʿadhāba yawmin ʿaẓīmin
Dutch Voorwaar, Wij hebben Noah naar zijn volk gestuurd en hij zei: “O, mijn volk! Aanbidt Allah! Jullie hebben geen andere god behalve Hem. Zeker, ik vrees voor jullie de bestraffing van de grote dag!”
Verse 60
قَالَ ٱلْمَلَأُ مِن قَوْمِهِۦٓ إِنَّا لَنَرَىٰكَ فِى ضَلَـٰلٍ مُّبِينٍ
Transliteration qāla l-mala-u min qawmihi innā lanarāka fī ḍalālin mubīnin
Dutch De leiders van zijn volk zeiden: “Waarlijk, wij zien jou in grote dwaling.”
Verse 61
قَالَ يَـٰقَوْمِ لَيْسَ بِى ضَلَـٰلَةٌ وَلَـٰكِنِّى رَسُولٌ مِّن رَّبِّ ٱلْعَـٰلَمِينَ
Transliteration qāla yāqawmi laysa bī ḍalālatun walākinnī rasūlun min rabbi l-ʿālamīna
Dutch (Noah) zei: “O, mijn volk! Ik verkeer niet in dwaling, maar ik ben een Boodschapper van de Heer van de wereldwezens!
Verse 62
أُبَلِّغُكُمْ رِسَـٰلَـٰتِ رَبِّى وَأَنصَحُ لَكُمْ وَأَعْلَمُ مِنَ ٱللَّهِ مَا لَا تَعْلَمُونَ
Transliteration uballighukum risālāti rabbī wa-anṣaḥu lakum wa-aʿlamu mina l-lahi mā lā taʿlamūna
Dutch Ik verkondig aan jullie de Boodschappen van mijn Heer en geef jullie het oprechte advies. En ik weet van Allah wat jullie niet weten.
Verse 63
أَوَعَجِبْتُمْ أَن جَآءَكُمْ ذِكْرٌ مِّن رَّبِّكُمْ عَلَىٰ رَجُلٍ مِّنكُمْ لِيُنذِرَكُمْ وَلِتَتَّقُوا۟ وَلَعَلَّكُمْ تُرْحَمُونَ
Transliteration awaʿajib'tum an jāakum dhik'run min rabbikum ʿalā rajulin minkum liyundhirakum walitattaqū walaʿallakum tur'ḥamūna
Dutch Zijn jullie niet verbaasd dat er van jullie Heer een Vermaning is gekomen door een man uit jullie midden? Dat hij jullie kan waarschuwen, opdat jullie Allah vrezen en dat jullie genade mogen ontvangen.
Verse 64
فَكَذَّبُوهُ فَأَنجَيْنَـٰهُ وَٱلَّذِينَ مَعَهُۥ فِى ٱلْفُلْكِ وَأَغْرَقْنَا ٱلَّذِينَ كَذَّبُوا۟ بِـَٔايَـٰتِنَآ ۚ إِنَّهُمْ كَانُوا۟ قَوْمًا عَمِينَ
Transliteration fakadhabūhu fa-anjaynāhu wa-alladhīna maʿahu fī l-ful'ki wa-aghraqnā alladhīna kadhabū biāyātinā innahum kānū qawman ʿamīna
Dutch Maar zij negeerden hem, waarna Wij hem redden en degenen die met hem waren in het schip. En Wij verdronken degenen die Onze Tekenen negeerden. Zij waren zeker een blind volk.
Verse 65
۞ وَإِلَىٰ عَادٍ أَخَاهُمْ هُودًا ۗ قَالَ يَـٰقَوْمِ ٱعْبُدُوا۟ ٱللَّهَ مَا لَكُم مِّنْ إِلَـٰهٍ غَيْرُهُۥٓ ۚ أَفَلَا تَتَّقُونَ
Transliteration wa-ilā ʿādin akhāhum hūdan qāla yāqawmi uʿ'budū l-laha mā lakum min ilāhin ghayruhu afalā tattaqūna
Dutch En tot (het volk van) ‘Ad (stuurden Wij) hun broeder Hoed. Hij zei: “O, mijn volk! Aanbidt Allah! Jullie hebben geen andere god dan Hem. Zullen jullie (Allah) niet vrezen?”
Verse 66
قَالَ ٱلْمَلَأُ ٱلَّذِينَ كَفَرُوا۟ مِن قَوْمِهِۦٓ إِنَّا لَنَرَىٰكَ فِى سَفَاهَةٍ وَإِنَّا لَنَظُنُّكَ مِنَ ٱلْكَـٰذِبِينَ
Transliteration qāla l-mala-u alladhīna kafarū min qawmihi innā lanarāka fī safāhatin wa-innā lanaẓunnuka mina l-kādhibīna
Dutch De leiders van degenen die onder zijn volk ongelovig waren, zeiden: “Waarlijk, wij zien jou in dwaasheid en waarlijk, wij denken dat jij één van de leugenaars bent.”
Verse 67
قَالَ يَـٰقَوْمِ لَيْسَ بِى سَفَاهَةٌ وَلَـٰكِنِّى رَسُولٌ مِّن رَّبِّ ٱلْعَـٰلَمِينَ
Transliteration qāla yāqawmi laysa bī safāhatun walākinnī rasūlun min rabbi l-ʿālamīna
Dutch (Hoed) zei: “O, mijn mensen! Er is geen dwaasheid in mij, maar ik ben een Boodschapper van de Heer der Werelden.
Verse 68
أُبَلِّغُكُمْ رِسَـٰلَـٰتِ رَبِّى وَأَنَا۠ لَكُمْ نَاصِحٌ أَمِينٌ
Transliteration uballighukum risālāti rabbī wa-anā lakum nāṣiḥun amīnun
Dutch Ik verkondig jullie de Boodschappen van Mijn Heer en ik ben een betrouwbare raadgever voor jullie.”
Verse 69
أَوَعَجِبْتُمْ أَن جَآءَكُمْ ذِكْرٌ مِّن رَّبِّكُمْ عَلَىٰ رَجُلٍ مِّنكُمْ لِيُنذِرَكُمْ ۚ وَٱذْكُرُوٓا۟ إِذْ جَعَلَكُمْ خُلَفَآءَ مِنۢ بَعْدِ قَوْمِ نُوحٍ وَزَادَكُمْ فِى ٱلْخَلْقِ بَصْۜطَةً ۖ فَٱذْكُرُوٓا۟ ءَالَآءَ ٱللَّهِ لَعَلَّكُمْ تُفْلِحُونَ
Transliteration awaʿajib'tum an jāakum dhik'run min rabbikum ʿalā rajulin minkum liyundhirakum wa-udh'kurū idh jaʿalakum khulafāa min baʿdi qawmi nūḥin wazādakum fī l-khalqi baṣ'ṭatan fa-udh'kurū ālāa l-lahi laʿallakum tuf'liḥūna
Dutch Zijn jullie niet verbaasd dat er van jullie Heer een vermaning is gekomen door een man uit jullie midden, om jullie te vermanen? En gedenk dat Hij jullie tot de opvolgers van het volk van Noah heeft gemaakt en jullie rijkelijk in kracht heeft laten toenemen. Gedenk dus de gunsten van Allah, zodat jullie mogen slagen.
Verse 70
قَالُوٓا۟ أَجِئْتَنَا لِنَعْبُدَ ٱللَّهَ وَحْدَهُۥ وَنَذَرَ مَا كَانَ يَعْبُدُ ءَابَآؤُنَا ۖ فَأْتِنَا بِمَا تَعِدُنَآ إِن كُنتَ مِنَ ٱلصَّـٰدِقِينَ
Transliteration qālū aji'tanā linaʿbuda l-laha waḥdahu wanadhara mā kāna yaʿbudu ābāunā fatinā bimā taʿidunā in kunta mina l-ṣādiqīna
Dutch Zij zeiden: “Jij bent tot ons gekomen, zodat wij alleen Allah zouden aanbidden en zouden verzaken wat onze voorouders aanbaden? Breng ons datgene waarmee je ons bedreigd hebt, als je waarachtig bent.”
Verse 71
قَالَ قَدْ وَقَعَ عَلَيْكُم مِّن رَّبِّكُمْ رِجْسٌ وَغَضَبٌ ۖ أَتُجَـٰدِلُونَنِى فِىٓ أَسْمَآءٍ سَمَّيْتُمُوهَآ أَنتُمْ وَءَابَآؤُكُم مَّا نَزَّلَ ٱللَّهُ بِهَا مِن سُلْطَـٰنٍ ۚ فَٱنتَظِرُوٓا۟ إِنِّى مَعَكُم مِّنَ ٱلْمُنتَظِرِينَ
Transliteration qāla qad waqaʿa ʿalaykum min rabbikum rij'sun waghaḍabun atujādilūnanī fī asmāin sammaytumūhā antum waābāukum mā nazzala l-lahu bihā min sul'ṭānin fa-intaẓirū innī maʿakum mina l-muntaẓirīna
Dutch (Hoed) zei: “Bestraffing en de toorn van jullie Heer is reeds over jullie gekomen. Redetwisten jullie maar met mij over de namen die jullie hebben genoemd – jullie en jullie vaderen, zonder gezag van Allah? Wacht dan, ik ben onder jullie ook wachtend.”
Verse 72
فَأَنجَيْنَـٰهُ وَٱلَّذِينَ مَعَهُۥ بِرَحْمَةٍ مِّنَّا وَقَطَعْنَا دَابِرَ ٱلَّذِينَ كَذَّبُوا۟ بِـَٔايَـٰتِنَا ۖ وَمَا كَانُوا۟ مُؤْمِنِينَ
Transliteration fa-anjaynāhu wa-alladhīna maʿahu biraḥmatin minnā waqaṭaʿnā dābira alladhīna kadhabū biāyātinā wamā kānū mu'minīna
Dutch Dus hebben Wij hem (Hoed) gered en degenen die bij hem waren door een genade van Ons en Wij hebben de wortels afgesneden van degenen die Onze Tekenen negeerden en zij waren geen gelovigen.
Verse 73
وَإِلَىٰ ثَمُودَ أَخَاهُمْ صَـٰلِحًا ۗ قَالَ يَـٰقَوْمِ ٱعْبُدُوا۟ ٱللَّهَ مَا لَكُم مِّنْ إِلَـٰهٍ غَيْرُهُۥ ۖ قَدْ جَآءَتْكُم بَيِّنَةٌ مِّن رَّبِّكُمْ ۖ هَـٰذِهِۦ نَاقَةُ ٱللَّهِ لَكُمْ ءَايَةً ۖ فَذَرُوهَا تَأْكُلْ فِىٓ أَرْضِ ٱللَّهِ ۖ وَلَا تَمَسُّوهَا بِسُوٓءٍ فَيَأْخُذَكُمْ عَذَابٌ أَلِيمٌ
Transliteration wa-ilā thamūda akhāhum ṣāliḥan qāla yāqawmi uʿ'budū l-laha mā lakum min ilāhin ghayruhu qad jāatkum bayyinatun min rabbikum hādhihi nāqatu l-lahi lakum āyatan fadharūhā takul fī arḍi l-lahi walā tamassūhā bisūin fayakhudhakum ʿadhābun alīmun
Dutch En tot het (volk van) Thamoed (stuurden Wij) hun broeder Shālih (met het woord van tawhied). (In oprechtheid) zei hij: “O, mijn volk! Aanbidt Allah (alléén), (want) er is voor jullie geen andere god dan Hij. Voorwaar, er is tot jullie een duidelijk Teken van jullie Heer gekomen (dat niets of niemand recht heeft op jullie aanbidding dan Allah). (Als bewijs van zijn profeetschap deed Allah een vrouwtjeskameel verschijnen van tussen de rotsen). Deze vrouwtjeskameel van Allah is een Teken voor jullie (en zal als argumen voor of tegen jullie gebruikt worden). Laat haar dus grazen (en drinken zoveel ze maar wil) op Allah’s aarde (op de vastgelegde dagen). Kwets haar niet (en maak het haar niet moeilijk), anders zal jullie een pijnlijke bestraffing ten deel vallen.
Verse 74
وَٱذْكُرُوٓا۟ إِذْ جَعَلَكُمْ خُلَفَآءَ مِنۢ بَعْدِ عَادٍ وَبَوَّأَكُمْ فِى ٱلْأَرْضِ تَتَّخِذُونَ مِن سُهُولِهَا قُصُورًا وَتَنْحِتُونَ ٱلْجِبَالَ بُيُوتًا ۖ فَٱذْكُرُوٓا۟ ءَالَآءَ ٱللَّهِ وَلَا تَعْثَوْا۟ فِى ٱلْأَرْضِ مُفْسِدِينَ
Transliteration wa-udh'kurū idh jaʿalakum khulafāa min baʿdi ʿādin wabawwa-akum fī l-arḍi tattakhidhūna min suhūlihā quṣūran watanḥitūna l-jibāla buyūtan fa-udh'kurū ālāa l-lahi walā taʿthaw fī l-arḍi muf'sidīna
Dutch “En gedenk dat Hij jullie tot opvolgers aanstelde na (de ondergang van) de ‘Ad en Hij jullie op aarde vestigde." En jullie bouwden voor jezelf paleizen op de vlakten en groeven huizen uit de bergen. Overdenk dus de gunsten van Allah en sticht geen onheil op aarde.
Verse 75
قَالَ ٱلْمَلَأُ ٱلَّذِينَ ٱسْتَكْبَرُوا۟ مِن قَوْمِهِۦ لِلَّذِينَ ٱسْتُضْعِفُوا۟ لِمَنْ ءَامَنَ مِنْهُمْ أَتَعْلَمُونَ أَنَّ صَـٰلِحًا مُّرْسَلٌ مِّن رَّبِّهِۦ ۚ قَالُوٓا۟ إِنَّا بِمَآ أُرْسِلَ بِهِۦ مُؤْمِنُونَ
Transliteration qāla l-mala-u alladhīna is'takbarū min qawmihi lilladhīna us'tuḍ'ʿifū liman āmana min'hum ataʿlamūna anna ṣāliḥan mur'salun min rabbihi qālū innā bimā ur'sila bihi mu'minūna
Dutch De leiders van degenen die onder zijn mensen arrogant waren, zeiden tot de nederigen onder hen die geloofden ”Weten jullie dat Shālih door zijn Heer gestuurd is?” Zij zeiden: “Wij geloven inderdaad in datgene waarmee hij gestuurd is.”
Verse 76
قَالَ ٱلَّذِينَ ٱسْتَكْبَرُوٓا۟ إِنَّا بِٱلَّذِىٓ ءَامَنتُم بِهِۦ كَـٰفِرُونَ
Transliteration qāla alladhīna is'takbarū innā bi-alladhī āmantum bihi kāfirūna
Dutch De arroganten zeiden: “Waarlijk, wij geloven niet in datgene waar jullie in geloven.”
Verse 77
فَعَقَرُوا۟ ٱلنَّاقَةَ وَعَتَوْا۟ عَنْ أَمْرِ رَبِّهِمْ وَقَالُوا۟ يَـٰصَـٰلِحُ ٱئْتِنَا بِمَا تَعِدُنَآ إِن كُنتَ مِنَ ٱلْمُرْسَلِينَ
Transliteration faʿaqarū l-nāqata waʿataw ʿan amri rabbihim waqālū yāṣāliḥu i'tinā bimā taʿidunā in kunta mina l-mur'salīna
Dutch Dus sneden zij de hielpezen van de vrouwtjeskameel door en schaamteloos ontkenden zij het bevel van hun Heer en zeiden: “O Shālih! Breng je bedreigingen als je waarlijk één van de Boodschappers bent.”
Verse 78
فَأَخَذَتْهُمُ ٱلرَّجْفَةُ فَأَصْبَحُوا۟ فِى دَارِهِمْ جَـٰثِمِينَ
Transliteration fa-akhadhathumu l-rajfatu fa-aṣbaḥū fī dārihim jāthimīna
Dutch Dus greep de aardbeving hen en zij lagen uitgestrekt op de grond in hun huizen.
Verse 79
فَتَوَلَّىٰ عَنْهُمْ وَقَالَ يَـٰقَوْمِ لَقَدْ أَبْلَغْتُكُمْ رِسَالَةَ رَبِّى وَنَصَحْتُ لَكُمْ وَلَـٰكِن لَّا تُحِبُّونَ ٱلنَّـٰصِحِينَ
Transliteration fatawallā ʿanhum waqāla yāqawmi laqad ablaghtukum risālata rabbī wanaṣaḥtu lakum walākin lā tuḥibbūna l-nāṣiḥīna
Dutch Toen keerde hij zich van hen af en zei: “O, mijn volk! Ik heb zeker de Boodschap van mijn Heer aan jullie verkondigd en heb jullie een goed advies gegeven maar jullie houden niet van goede adviseurs.”
Verse 80
وَلُوطًا إِذْ قَالَ لِقَوْمِهِۦٓ أَتَأْتُونَ ٱلْفَـٰحِشَةَ مَا سَبَقَكُم بِهَا مِنْ أَحَدٍ مِّنَ ٱلْعَـٰلَمِينَ
Transliteration walūṭan idh qāla liqawmihi atatūna l-fāḥishata mā sabaqakum bihā min aḥadin mina l-ʿālamīna
Dutch En (gedenk) Loeth, toen hij tegen zijn volk zijn: “Plegen jullie de ergste zonden zoals geen vόόr jullie van de wereldwezens gepleegd heeft?”
Verse 81
إِنَّكُمْ لَتَأْتُونَ ٱلرِّجَالَ شَهْوَةً مِّن دُونِ ٱلنِّسَآءِ ۚ بَلْ أَنتُمْ قَوْمٌ مُّسْرِفُونَ
Transliteration innakum latatūna l-rijāla shahwatan min dūni l-nisāi bal antum qawmun mus'rifūna
Dutch Waarlijk, jullie oefenen jullie lusten op mannen uit in plaats van vrouwen. Nee, jullie zijn het volk dat de grenzen overschrijdt.”
Verse 82
وَمَا كَانَ جَوَابَ قَوْمِهِۦٓ إِلَّآ أَن قَالُوٓا۟ أَخْرِجُوهُم مِّن قَرْيَتِكُمْ ۖ إِنَّهُمْ أُنَاسٌ يَتَطَهَّرُونَ
Transliteration wamā kāna jawāba qawmihi illā an qālū akhrijūhum min qaryatikum innahum unāsun yataṭahharūna
Dutch En het antwoord van zijn volk was slechts dat zij zeiden: “Verjaag hen (Loeth en zijn volgelingen) uit jullie stad, dit zijn zeker mannen die rein willen zijn!”
Verse 83
فَأَنجَيْنَـٰهُ وَأَهْلَهُۥٓ إِلَّا ٱمْرَأَتَهُۥ كَانَتْ مِنَ ٱلْغَـٰبِرِينَ
Transliteration fa-anjaynāhu wa-ahlahu illā im'ra-atahu kānat mina l-ghābirīna
Dutch Toen redden Wij hem en zijn gezin behalve zijn vrouw; zij was één van degenen die achterbleef.
Verse 84
وَأَمْطَرْنَا عَلَيْهِم مَّطَرًا ۖ فَٱنظُرْ كَيْفَ كَانَ عَـٰقِبَةُ ٱلْمُجْرِمِينَ
Transliteration wa-amṭarnā ʿalayhim maṭaran fa-unẓur kayfa kāna ʿāqibatu l-muj'rimīna
Dutch En Wij lieten regen (van stenen) op hen neerdalen. Zie dan wat het einde van de misdadigers was.
Verse 85
وَإِلَىٰ مَدْيَنَ أَخَاهُمْ شُعَيْبًا ۗ قَالَ يَـٰقَوْمِ ٱعْبُدُوا۟ ٱللَّهَ مَا لَكُم مِّنْ إِلَـٰهٍ غَيْرُهُۥ ۖ قَدْ جَآءَتْكُم بَيِّنَةٌ مِّن رَّبِّكُمْ ۖ فَأَوْفُوا۟ ٱلْكَيْلَ وَٱلْمِيزَانَ وَلَا تَبْخَسُوا۟ ٱلنَّاسَ أَشْيَآءَهُمْ وَلَا تُفْسِدُوا۟ فِى ٱلْأَرْضِ بَعْدَ إِصْلَـٰحِهَا ۚ ذَٰلِكُمْ خَيْرٌ لَّكُمْ إِن كُنتُم مُّؤْمِنِينَ
Transliteration wa-ilā madyana akhāhum shuʿayban qāla yāqawmi uʿ'budū l-laha mā lakum min ilāhin ghayruhu qad jāatkum bayyinatun min rabbikum fa-awfū l-kayla wal-mīzāna walā tabkhasū l-nāsa ashyāahum walā tuf'sidū fī l-arḍi baʿda iṣ'lāḥihā dhālikum khayrun lakum in kuntum mu'minīna
Dutch En tot (het volk van) Madyan (stuurden Wij) hun broeder Shoe’aib. Hij zei: “O, mijn volk! Aanbidt Allah, jullie hebben geen andere god dan "Hem. Voorwaar er is tot jullie een duidelijk Teken van jullie Heer gekomen; geef dus de volle maat en het volle gewicht en benadeel de mensen niet met hun zaken en sticht geen onheil op aarde nadat het geordend is, dat is beter voor jullie als jullie gelovigen zijn.”
Verse 86
وَلَا تَقْعُدُوا۟ بِكُلِّ صِرَٰطٍ تُوعِدُونَ وَتَصُدُّونَ عَن سَبِيلِ ٱللَّهِ مَنْ ءَامَنَ بِهِۦ وَتَبْغُونَهَا عِوَجًا ۚ وَٱذْكُرُوٓا۟ إِذْ كُنتُمْ قَلِيلًا فَكَثَّرَكُمْ ۖ وَٱنظُرُوا۟ كَيْفَ كَانَ عَـٰقِبَةُ ٱلْمُفْسِدِينَ
Transliteration walā taqʿudū bikulli ṣirāṭin tūʿidūna wataṣuddūna ʿan sabīli l-lahi man āmana bihi watabghūnahā ʿiwajan wa-udh'kurū idh kuntum qalīlan fakatharakum wa-unẓurū kayfa kāna ʿāqibatu l-muf'sidīna
Dutch En zit niet op iedere weg, terwijl jullie degenen die in Hem geloven bedreigen en afhouden van het Pad van Allah, wensend dat het krom was. En gedenk toen jullie met weinigen waren en Hij jullie talrijk deed worden. En zie hoe het einde van de verderfzaaiers was.
Verse 87
وَإِن كَانَ طَآئِفَةٌ مِّنكُمْ ءَامَنُوا۟ بِٱلَّذِىٓ أُرْسِلْتُ بِهِۦ وَطَآئِفَةٌ لَّمْ يُؤْمِنُوا۟ فَٱصْبِرُوا۟ حَتَّىٰ يَحْكُمَ ٱللَّهُ بَيْنَنَا ۚ وَهُوَ خَيْرُ ٱلْحَـٰكِمِينَ
Transliteration wa-in kāna ṭāifatun minkum āmanū bi-alladhī ur'sil'tu bihi waṭāifatun lam yu'minū fa-iṣ'birū ḥattā yaḥkuma l-lahu baynanā wahuwa khayru l-ḥākimīna
Dutch En er is een gedeelte van jullie die gelooft in wat mij gezonden is en een ander gedeelte gelooft niet, wees dus geduldig tot Allah tussen jullie oordeelt en Hij is de beste Beoordeler. ۞
Verse 88
۞ قَالَ ٱلْمَلَأُ ٱلَّذِينَ ٱسْتَكْبَرُوا۟ مِن قَوْمِهِۦ لَنُخْرِجَنَّكَ يَـٰشُعَيْبُ وَٱلَّذِينَ ءَامَنُوا۟ مَعَكَ مِن قَرْيَتِنَآ أَوْ لَتَعُودُنَّ فِى مِلَّتِنَا ۚ قَالَ أَوَلَوْ كُنَّا كَـٰرِهِينَ
Transliteration qāla l-mala-u alladhīna is'takbarū min qawmihi lanukh'rijannaka yāshuʿaybu wa-alladhīna āmanū maʿaka min qaryatinā aw lataʿūdunna fī millatinā qāla awalaw kunnā kārihīna
Dutch De leiders van degenen die arrogant onder hun mensen waren zeiden: “Wij zullen je zeker uit onze stad, verdrijven O, Shoe’aib en ook degenen die in jou geloofden, tenzij jullie tot onze godsdienst terugkeren.” Hij zei: “Ook al haten wij het!”
Verse 89
قَدِ ٱفْتَرَيْنَا عَلَى ٱللَّهِ كَذِبًا إِنْ عُدْنَا فِى مِلَّتِكُم بَعْدَ إِذْ نَجَّىٰنَا ٱللَّهُ مِنْهَا ۚ وَمَا يَكُونُ لَنَآ أَن نَّعُودَ فِيهَآ إِلَّآ أَن يَشَآءَ ٱللَّهُ رَبُّنَا ۚ وَسِعَ رَبُّنَا كُلَّ شَىْءٍ عِلْمًا ۚ عَلَى ٱللَّهِ تَوَكَّلْنَا ۚ رَبَّنَا ٱفْتَحْ بَيْنَنَا وَبَيْنَ قَوْمِنَا بِٱلْحَقِّ وَأَنتَ خَيْرُ ٱلْفَـٰتِحِينَ
Transliteration qadi if'taraynā ʿalā l-lahi kadhiban in ʿud'nā fī millatikum baʿda idh najjānā l-lahu min'hā wamā yakūnu lanā an naʿūda fīhā illā an yashāa l-lahu rabbunā wasiʿa rabbunā kulla shayin ʿil'man ʿalā l-lahi tawakkalnā rabbanā if'taḥ baynanā wabayna qawminā bil-ḥaqi wa-anta khayru l-fātiḥīna
Dutch Wij zouden een leugen over Allah hebben verzonnen als wij tot jullie godsdienst zouden terugkeren, nadat Allah ons daarvan gered heeft. En het is niet aan ons om terug te keren tenzij Allah, onze Heer dat wil. Onze Heer omvat alle zaken in Zijn kennis. In Allah leggen wij ons vertrouwen. Onze Heer! Oordeel tussen ons en onze mensen in waarheid, want U bent de Beste van de Oordelaars.
Verse 90
وَقَالَ ٱلْمَلَأُ ٱلَّذِينَ كَفَرُوا۟ مِن قَوْمِهِۦ لَئِنِ ٱتَّبَعْتُمْ شُعَيْبًا إِنَّكُمْ إِذًا لَّخَـٰسِرُونَ
Transliteration waqāla l-mala-u alladhīna kafarū min qawmihi la-ini ittabaʿtum shuʿayban innakum idhan lakhāsirūna
Dutch De leiders van de ongelovigen onder de mensen zeiden: “Als jullie Shoe’aib volgen, wees er dan zeker van dat jullie verliezers zijn!”
Verse 91
فَأَخَذَتْهُمُ ٱلرَّجْفَةُ فَأَصْبَحُوا۟ فِى دَارِهِمْ جَـٰثِمِينَ
Transliteration fa-akhadhathumu l-rajfatu fa-aṣbaḥū fī dārihim jāthimīna
Dutch Dus greep een aardbeving hen en zij lagen dood uitgestrekt in hun huizen.
Verse 92
ٱلَّذِينَ كَذَّبُوا۟ شُعَيْبًا كَأَن لَّمْ يَغْنَوْا۟ فِيهَا ۚ ٱلَّذِينَ كَذَّبُوا۟ شُعَيْبًا كَانُوا۟ هُمُ ٱلْخَـٰسِرِينَ
Transliteration alladhīna kadhabū shuʿayban ka-an lam yaghnaw fīhā alladhīna kadhabū shuʿayban kānū humu l-khāsirīna
Dutch Degenen die Shoe’aib negeerden werden (zo vernietigd) alsof zij daar nooit gewoond hadden. Degenen die Shoe’aib negeerden werden de verliezers.
Verse 93
فَتَوَلَّىٰ عَنْهُمْ وَقَالَ يَـٰقَوْمِ لَقَدْ أَبْلَغْتُكُمْ رِسَـٰلَـٰتِ رَبِّى وَنَصَحْتُ لَكُمْ ۖ فَكَيْفَ ءَاسَىٰ عَلَىٰ قَوْمٍ كَـٰفِرِينَ
Transliteration fatawallā ʿanhum waqāla yāqawmi laqad ablaghtukum risālāti rabbī wanaṣaḥtu lakum fakayfa āsā ʿalā qawmin kāfirīna
Dutch Toen keerde hij zich van hen af en zei: “O, mijn volk! Ik heb zeker de Boodschap van mijn Heer aan jullie verkondigd en ik heb jullie goede raad gegeven. Hoe kan ik dan bedroefd zijn over de ongelovigen.”
Verse 94
وَمَآ أَرْسَلْنَا فِى قَرْيَةٍ مِّن نَّبِىٍّ إِلَّآ أَخَذْنَآ أَهْلَهَا بِٱلْبَأْسَآءِ وَٱلضَّرَّآءِ لَعَلَّهُمْ يَضَّرَّعُونَ
Transliteration wamā arsalnā fī qaryatin min nabiyyin illā akhadhnā ahlahā bil-basāi wal-ḍarāi laʿallahum yaḍḍarraʿūna
Dutch En Wij zonden geen Profeet naar een stad zonder dat Wij haar bewoners grepen met lijden door extreme armoede en verlies van gezondheid en rampen. Hopelijk zullen zij nederig worden.
Verse 95
ثُمَّ بَدَّلْنَا مَكَانَ ٱلسَّيِّئَةِ ٱلْحَسَنَةَ حَتَّىٰ عَفَوا۟ وَّقَالُوا۟ قَدْ مَسَّ ءَابَآءَنَا ٱلضَّرَّآءُ وَٱلسَّرَّآءُ فَأَخَذْنَـٰهُم بَغْتَةً وَهُمْ لَا يَشْعُرُونَ
Transliteration thumma baddalnā makāna l-sayi-ati l-ḥasanata ḥattā ʿafaw waqālū qad massa ābāanā l-ḍarāu wal-sarāu fa-akhadhnāhum baghtatan wahum lā yashʿurūna
Dutch Daarna veranderden Wij het kwade in het goede tot zij (in aantal en welvaart) toenamen en zeiden: “Onze vaders werden door het kwade en het goede getroffen.” Dus grepen Wij hen opeens terwijl zij dat niet verwachten.
Verse 96
وَلَوْ أَنَّ أَهْلَ ٱلْقُرَىٰٓ ءَامَنُوا۟ وَٱتَّقَوْا۟ لَفَتَحْنَا عَلَيْهِم بَرَكَـٰتٍ مِّنَ ٱلسَّمَآءِ وَٱلْأَرْضِ وَلَـٰكِن كَذَّبُوا۟ فَأَخَذْنَـٰهُم بِمَا كَانُوا۟ يَكْسِبُونَ
Transliteration walaw anna ahla l-qurā āmanū wa-ittaqaw lafataḥnā ʿalayhim barakātin mina l-samāi wal-arḍi walākin kadhabū fa-akhadhnāhum bimā kānū yaksibūna
Dutch En als de mensen van de stad geloofd hadden en vroom waren, dan zouden Wij zeker voor hen de zegeningen van de hemel en de aarde openen, maar zij negeerden (de Boodschappers). Dus grepen Wij hen voor datgene wat zij plachten te verrichten.
Verse 97
أَفَأَمِنَ أَهْلُ ٱلْقُرَىٰٓ أَن يَأْتِيَهُم بَأْسُنَا بَيَـٰتًا وَهُمْ نَآئِمُونَ
Transliteration afa-amina ahlu l-qurā an yatiyahum basunā bayātan wahum nāimūna
Dutch Voelden de mensen van de steden zich dan veilig voor de komst van Onze bestraffing in de nacht terwijl zij sliepen?
Verse 98
أَوَأَمِنَ أَهْلُ ٱلْقُرَىٰٓ أَن يَأْتِيَهُم بَأْسُنَا ضُحًى وَهُمْ يَلْعَبُونَ
Transliteration awa-amina ahlu l-qurā an yatiyahum basunā ḍuḥan wahum yalʿabūna
Dutch Of voelden de bewoners van de steden zich veilig tegen de komst van onze bestraffing in de voormiddag, terwijl zij speelden?
Verse 99
أَفَأَمِنُوا۟ مَكْرَ ٱللَّهِ ۚ فَلَا يَأْمَنُ مَكْرَ ٱللَّهِ إِلَّا ٱلْقَوْمُ ٱلْخَـٰسِرُونَ
Transliteration afa-aminū makra l-lahi falā yamanu makra l-lahi illā l-qawmu l-khāsirūna
Dutch Voelden zij zich veilig tegen de samenzwering van Allah? Niemand voelt zich veilig tegen de samenzwering van Allah, behalve de mensen die verloren zijn.
Verse 100
أَوَلَمْ يَهْدِ لِلَّذِينَ يَرِثُونَ ٱلْأَرْضَ مِنۢ بَعْدِ أَهْلِهَآ أَن لَّوْ نَشَآءُ أَصَبْنَـٰهُم بِذُنُوبِهِمْ ۚ وَنَطْبَعُ عَلَىٰ قُلُوبِهِمْ فَهُمْ لَا يَسْمَعُونَ
Transliteration awalam yahdi lilladhīna yarithūna l-arḍa min baʿdi ahlihā an law nashāu aṣabnāhum bidhunūbihim wanaṭbaʿu ʿalā qulūbihim fahum lā yasmaʿūna
Dutch Is het niet duidelijk voor degenen die de aarde beërven in opvolging van zijn bezitters, dat, als Wij zouden willen, Wij hen zouden treffen vanwege hun zonden en Wij hun harten zouden vergrendelen, zodat zij niet zouden kunnen luisteren?
Verse 101
تِلْكَ ٱلْقُرَىٰ نَقُصُّ عَلَيْكَ مِنْ أَنۢبَآئِهَا ۚ وَلَقَدْ جَآءَتْهُمْ رُسُلُهُم بِٱلْبَيِّنَـٰتِ فَمَا كَانُوا۟ لِيُؤْمِنُوا۟ بِمَا كَذَّبُوا۟ مِن قَبْلُ ۚ كَذَٰلِكَ يَطْبَعُ ٱللَّهُ عَلَىٰ قُلُوبِ ٱلْكَـٰفِرِينَ
Transliteration til'ka l-qurā naquṣṣu ʿalayka min anbāihā walaqad jāathum rusuluhum bil-bayināti famā kānū liyu'minū bimā kadhabū min qablu kadhālika yaṭbaʿu l-lahu ʿalā qulūbi l-kāfirīna
Dutch Zij waren in de steden waarvan Wij jou (O Mohammed) het verhaal vertellen. En er zijn zeker tot hen Boodschappers met duidelijke bewijzen gekomen, maar zij waren niet zo dat zij geloofden in hetgeen zij eerder verworpen hadden. Dus heeft Allah de harten van de ongelovigen verzegeld.
Verse 102
وَمَا وَجَدْنَا لِأَكْثَرِهِم مِّنْ عَهْدٍ ۖ وَإِن وَجَدْنَآ أَكْثَرَهُمْ لَفَـٰسِقِينَ
Transliteration wamā wajadnā li-aktharihim min ʿahdin wa-in wajadnā aktharahum lafāsiqīna
Dutch En bij de meesten van hen ontdekten Wij dat zij niet trouw aan het verbond waren. Bij de meesten van hen ontdekten wij dat zij verdorven waren.
Verse 103
ثُمَّ بَعَثْنَا مِنۢ بَعْدِهِم مُّوسَىٰ بِـَٔايَـٰتِنَآ إِلَىٰ فِرْعَوْنَ وَمَلَإِي۟هِۦ فَظَلَمُوا۟ بِهَا ۖ فَٱنظُرْ كَيْفَ كَانَ عَـٰقِبَةُ ٱلْمُفْسِدِينَ
Transliteration thumma baʿathnā min baʿdihim mūsā biāyātinā ilā fir'ʿawna wamala-ihi faẓalamū bihā fa-unẓur kayfa kāna ʿāqibatu l-muf'sidīna
Dutch Na hen stuurden Wij Mozes met Onze Tekenen naar de Farao en zijn leiders, maar zij verwierpen hen valselijk. Zie dus hoe het einde van de verderfzaaiers was.
Verse 104
وَقَالَ مُوسَىٰ يَـٰفِرْعَوْنُ إِنِّى رَسُولٌ مِّن رَّبِّ ٱلْعَـٰلَمِينَ
Transliteration waqāla mūsā yāfir'ʿawnu innī rasūlun min rabbi l-ʿālamīna
Dutch En Mozes zei: “O, Farao! Ik ben een Boodschapper van de Heer der Werelden.
Verse 105
حَقِيقٌ عَلَىٰٓ أَن لَّآ أَقُولَ عَلَى ٱللَّهِ إِلَّا ٱلْحَقَّ ۚ قَدْ جِئْتُكُم بِبَيِّنَةٍ مِّن رَّبِّكُمْ فَأَرْسِلْ مَعِىَ بَنِىٓ إِسْرَٰٓءِيلَ
Transliteration ḥaqīqun ʿalā an lā aqūla ʿalā l-lahi illā l-ḥaqa qad ji'tukum bibayyinatin min rabbikum fa-arsil maʿiya banī is'rāīla
Dutch Het is mij verplicht dat ik niets anders over Allah zeg dan de Waarheid. Voorwaar ik ben tot u gekomen met een duidelijk Bewijs van mijn Heer. Laat de Kinderen van Israël dus met mij vertrekken.”
Verse 106
قَالَ إِن كُنتَ جِئْتَ بِـَٔايَةٍ فَأْتِ بِهَآ إِن كُنتَ مِنَ ٱلصَّـٰدِقِينَ
Transliteration qāla in kunta ji'ta biāyatin fati bihā in kunta mina l-ṣādiqīna
Dutch (De Farao) zei: “Als jij met een Teken bent gekomen, laat het dan zien, als je één van degenen bent die de waarheid vertelt.”
Verse 107
فَأَلْقَىٰ عَصَاهُ فَإِذَا هِىَ ثُعْبَانٌ مُّبِينٌ
Transliteration fa-alqā ʿaṣāhu fa-idhā hiya thuʿ'bānun mubīnun
Dutch Toen gooide hij (Mozes) zijn staf en zie! Het werd duidelijk een slang.
Verse 108
وَنَزَعَ يَدَهُۥ فَإِذَا هِىَ بَيْضَآءُ لِلنَّـٰظِرِينَ
Transliteration wanazaʿa yadahu fa-idhā hiya bayḍāu lilnnāẓirīna
Dutch En hij stak zijn hand uit en zie! Deze was witstralend voor de toeschouwers.
Verse 109
قَالَ ٱلْمَلَأُ مِن قَوْمِ فِرْعَوْنَ إِنَّ هَـٰذَا لَسَـٰحِرٌ عَلِيمٌ
Transliteration qāla l-mala-u min qawmi fir'ʿawna inna hādhā lasāḥirun ʿalīmun
Dutch De leiders van de mensen van de Farao zeiden: “Dit is zeker een goed onderrichte tovenaar!
Verse 110
يُرِيدُ أَن يُخْرِجَكُم مِّنْ أَرْضِكُمْ ۖ فَمَاذَا تَأْمُرُونَ
Transliteration yurīdu an yukh'rijakum min arḍikum famādhā tamurūna
Dutch Hij wil u uit uw land verdrijven, wat is jullie advies?”
Verse 111
قَالُوٓا۟ أَرْجِهْ وَأَخَاهُ وَأَرْسِلْ فِى ٱلْمَدَآئِنِ حَـٰشِرِينَ
Transliteration qālū arjih wa-akhāhu wa-arsil fī l-madāini ḥāshirīna
Dutch Zij zeiden: “ Geef hem en zijn broeder uitstel en stuur omroepers naar de steden.
Verse 112
يَأْتُوكَ بِكُلِّ سَـٰحِرٍ عَلِيمٍ
Transliteration yatūka bikulli sāḥirin ʿalīmin
Dutch Dat zij de goed onderrichte tovenaars naar u brengen.”
Verse 113
وَجَآءَ ٱلسَّحَرَةُ فِرْعَوْنَ قَالُوٓا۟ إِنَّ لَنَا لَأَجْرًا إِن كُنَّا نَحْنُ ٱلْغَـٰلِبِينَ
Transliteration wajāa l-saḥaratu fir'ʿawna qālū inna lanā la-ajran in kunnā naḥnu l-ghālibīna
Dutch En dus kwamen de tovenaars naar de Farao. Zij zeiden: “Voorwaar er zal een goede beloning voor ons zijn als wij de overwinnaars zijn.”
Verse 114
قَالَ نَعَمْ وَإِنَّكُمْ لَمِنَ ٱلْمُقَرَّبِينَ
Transliteration qāla naʿam wa-innakum lamina l-muqarabīna
Dutch Hij zei: “Ja, en nog meer, jullie zullen (mijn) naasten zijn.”
Verse 115
قَالُوا۟ يَـٰمُوسَىٰٓ إِمَّآ أَن تُلْقِىَ وَإِمَّآ أَن نَّكُونَ نَحْنُ ٱلْمُلْقِينَ
Transliteration qālū yāmūsā immā an tul'qiya wa-immā an nakūna naḥnu l-mul'qīna
Dutch Zij zeiden: “O, Mozes! Gooi jij eerst of gooien wij (eerst)?”
Verse 116
قَالَ أَلْقُوا۟ ۖ فَلَمَّآ أَلْقَوْا۟ سَحَرُوٓا۟ أَعْيُنَ ٱلنَّاسِ وَٱسْتَرْهَبُوهُمْ وَجَآءُو بِسِحْرٍ عَظِيمٍ
Transliteration qāla alqū falammā alqaw saḥarū aʿyuna l-nāsi wa-is'tarhabūhum wajāū bisiḥ'rin ʿaẓīmin
Dutch Hij (Mozes) zei: “Gooien jullie (eerst).” Dus gooiden zij, zij betoverden de ogen van de mensen en sloegen hen met angst en zij lieten een grote toverij zien.
Verse 117
۞ وَأَوْحَيْنَآ إِلَىٰ مُوسَىٰٓ أَنْ أَلْقِ عَصَاكَ ۖ فَإِذَا هِىَ تَلْقَفُ مَا يَأْفِكُونَ
Transliteration wa-awḥaynā ilā mūsā an alqi ʿaṣāka fa-idhā hiya talqafu mā yafikūna
Dutch Daarop inspireerden Wij Mozes (met het bevel): “Werp jouw staf!” En toen verslond deze wat zij met hun bedrog hadden gemaakt.
Verse 118
فَوَقَعَ ٱلْحَقُّ وَبَطَلَ مَا كَانُوا۟ يَعْمَلُونَ
Transliteration fawaqaʿa l-ḥaqu wabaṭala mā kānū yaʿmalūna
Dutch Toen werd de Waarheid duidelijk, en bleek wat zij (de tovenaars) plachten te doen valsheid te zijn.
Verse 119
فَغُلِبُوا۟ هُنَالِكَ وَٱنقَلَبُوا۟ صَـٰغِرِينَ
Transliteration faghulibū hunālika wa-inqalabū ṣāghirīna
Dutch Zij werden daar verslagen, en zij keerden in schande terug.
Verse 120
وَأُلْقِىَ ٱلسَّحَرَةُ سَـٰجِدِينَ
Transliteration wa-ul'qiya l-saḥaratu sājidīna
Dutch En de (tot inkeer gekomen) tovenaars knielden neer.
Verse 121
قَالُوٓا۟ ءَامَنَّا بِرَبِّ ٱلْعَـٰلَمِينَ
Transliteration qālū āmannā birabbi l-ʿālamīna
Dutch Zij zeiden: “Wij geloven in de Heer der Werelden.”
Verse 122
رَبِّ مُوسَىٰ وَهَـٰرُونَ
Transliteration rabbi mūsā wahārūna
Dutch De Heer van Mozes en Haaron.”
Verse 123
قَالَ فِرْعَوْنُ ءَامَنتُم بِهِۦ قَبْلَ أَنْ ءَاذَنَ لَكُمْ ۖ إِنَّ هَـٰذَا لَمَكْرٌ مَّكَرْتُمُوهُ فِى ٱلْمَدِينَةِ لِتُخْرِجُوا۟ مِنْهَآ أَهْلَهَا ۖ فَسَوْفَ تَعْلَمُونَ
Transliteration qāla fir'ʿawnu āmantum bihi qabla an ādhana lakum inna hādhā lamakrun makartumūhu fī l-madīnati litukh'rijū min'hā ahlahā fasawfa taʿlamūna
Dutch Farao zei: “Geloven jullie in hem voordat ik jullie daartoe toestemming geef? Waarlijk, dit is een samenzwering die jullie beraamd hebben in de stad om de inwoners ervan te verdrijven, maar jullie zullen het te weten komen.
Verse 124
لَأُقَطِّعَنَّ أَيْدِيَكُمْ وَأَرْجُلَكُم مِّنْ خِلَـٰفٍ ثُمَّ لَأُصَلِّبَنَّكُمْ أَجْمَعِينَ
Transliteration la-uqaṭṭiʿanna aydiyakum wa-arjulakum min khilāfin thumma la-uṣallibannakum ajmaʿīna
Dutch Zeker, ik hak jullie handen en voeten kruiselings af, vervolgens zal ik jullie allen kruisigen.”
Verse 125
قَالُوٓا۟ إِنَّآ إِلَىٰ رَبِّنَا مُنقَلِبُونَ
Transliteration qālū innā ilā rabbinā munqalibūna
Dutch Zij zeiden: “Waarlijk, tot onze Heer keren wij terug.
Verse 126
وَمَا تَنقِمُ مِنَّآ إِلَّآ أَنْ ءَامَنَّا بِـَٔايَـٰتِ رَبِّنَا لَمَّا جَآءَتْنَا ۚ رَبَّنَآ أَفْرِغْ عَلَيْنَا صَبْرًا وَتَوَفَّنَا مُسْلِمِينَ
Transliteration wamā tanqimu minnā illā an āmannā biāyāti rabbinā lammā jāatnā rabbanā afrigh ʿalaynā ṣabran watawaffanā mus'limīna
Dutch En jij neemt slechts wraak op ons, omdat wij in de Tekenen van onze Heer geloofden toen deze ons bereikten! Onze Heer! Schenk ons geduld en zorg ervoor dat wij als moslims zullen sterven.”
Verse 127
وَقَالَ ٱلْمَلَأُ مِن قَوْمِ فِرْعَوْنَ أَتَذَرُ مُوسَىٰ وَقَوْمَهُۥ لِيُفْسِدُوا۟ فِى ٱلْأَرْضِ وَيَذَرَكَ وَءَالِهَتَكَ ۚ قَالَ سَنُقَتِّلُ أَبْنَآءَهُمْ وَنَسْتَحْىِۦ نِسَآءَهُمْ وَإِنَّا فَوْقَهُمْ قَـٰهِرُونَ
Transliteration waqāla l-mala-u min qawmi fir'ʿawna atadharu mūsā waqawmahu liyuf'sidū fī l-arḍi wayadharaka waālihataka qāla sanuqattilu abnāahum wanastaḥyī nisāahum wa-innā fawqahum qāhirūna
Dutch De leiders van de mensen van de Farao zeiden: “Wilt u Mozes en zijn mensen onheil over het land laten verspreiden om u en uw goden af te zweren?” Hij zei: “Wij zullen hun zonen doden en hun vrouwen laten leven en wij hebben beslist een onweerstaanbare macht over hen.”
Verse 128
قَالَ مُوسَىٰ لِقَوْمِهِ ٱسْتَعِينُوا۟ بِٱللَّهِ وَٱصْبِرُوٓا۟ ۖ إِنَّ ٱلْأَرْضَ لِلَّهِ يُورِثُهَا مَن يَشَآءُ مِنْ عِبَادِهِۦ ۖ وَٱلْعَـٰقِبَةُ لِلْمُتَّقِينَ
Transliteration qāla mūsā liqawmihi is'taʿīnū bil-lahi wa-iṣ'birū inna l-arḍa lillahi yūrithuhā man yashāu min ʿibādihi wal-ʿāqibatu lil'muttaqīna
Dutch Mozes zei tegen zijn mensen: “Zoek de hulp bij Allah en wees geduldig. Waarlijk, de aarde behoort aan Allah, Hij geeft het als erfenis aan wie Hij wil van Zijn dienaren. En een gezegend einde is er voor de godvrezenden.”
Verse 129
قَالُوٓا۟ أُوذِينَا مِن قَبْلِ أَن تَأْتِيَنَا وَمِنۢ بَعْدِ مَا جِئْتَنَا ۚ قَالَ عَسَىٰ رَبُّكُمْ أَن يُهْلِكَ عَدُوَّكُمْ وَيَسْتَخْلِفَكُمْ فِى ٱلْأَرْضِ فَيَنظُرَ كَيْفَ تَعْمَلُونَ
Transliteration qālū ūdhīnā min qabli an tatiyanā wamin baʿdi mā ji'tanā qāla ʿasā rabbukum an yuh'lika ʿaduwwakum wayastakhlifakum fī l-arḍi fayanẓura kayfa taʿmalūna
Dutch Zij zeiden: “Wij hebben veel geleden tot jij kwam en ook sinds je gekomen bent.” Hij zei: “Hopelijk zal jullie Heer jullie vijand vernietigen en jullie tot opvolgers op aarde maken, zodat Hij kan zien hoe jullie handelen.”
Verse 130
وَلَقَدْ أَخَذْنَآ ءَالَ فِرْعَوْنَ بِٱلسِّنِينَ وَنَقْصٍ مِّنَ ٱلثَّمَرَٰتِ لَعَلَّهُمْ يَذَّكَّرُونَ
Transliteration walaqad akhadhnā āla fir'ʿawna bil-sinīna wanaqṣin mina l-thamarāti laʿallahum yadhakkarūna
Dutch En voorwaar, Wij bestraften de mensen van de Farao met jaren van droogte en tekorten aan vruchten, opdat zij het zullen weten.
Verse 131
فَإِذَا جَآءَتْهُمُ ٱلْحَسَنَةُ قَالُوا۟ لَنَا هَـٰذِهِۦ ۖ وَإِن تُصِبْهُمْ سَيِّئَةٌ يَطَّيَّرُوا۟ بِمُوسَىٰ وَمَن مَّعَهُۥٓ ۗ أَلَآ إِنَّمَا طَـٰٓئِرُهُمْ عِندَ ٱللَّهِ وَلَـٰكِنَّ أَكْثَرَهُمْ لَا يَعْلَمُونَ
Transliteration fa-idhā jāathumu l-ḥasanatu qālū lanā hādhihi wa-in tuṣib'hum sayyi-atun yaṭṭayyarū bimūsā waman maʿahu alā innamā ṭāiruhum ʿinda l-lahi walākinna aktharahum lā yaʿlamūna
Dutch Maar als er iets goeds tot hen kwam, zeiden zij: “Ons behoort dit toe.” En het kwaad dat hen trof schreven zij toe aan kwade voortekenen die zij met Mozes en degenen die bij hem waren in verband brachten. Weet! Waarlijk, hun kwade voortekenen waren met Allah maar de meesten van hen wisten het niet.
Verse 132
وَقَالُوا۟ مَهْمَا تَأْتِنَا بِهِۦ مِنْ ءَايَةٍ لِّتَسْحَرَنَا بِهَا فَمَا نَحْنُ لَكَ بِمُؤْمِنِينَ
Transliteration waqālū mahmā tatinā bihi min āyatin litasḥaranā bihā famā naḥnu laka bimu'minīna
Dutch Zij zeiden: “Welke Tekenen je ook naar ons toe brengt om ons met je tovenaarskunsten te bewerken, wij zullen je nooit geloven.”
Verse 133
فَأَرْسَلْنَا عَلَيْهِمُ ٱلطُّوفَانَ وَٱلْجَرَادَ وَٱلْقُمَّلَ وَٱلضَّفَادِعَ وَٱلدَّمَ ءَايَـٰتٍ مُّفَصَّلَـٰتٍ فَٱسْتَكْبَرُوا۟ وَكَانُوا۟ قَوْمًا مُّجْرِمِينَ
Transliteration fa-arsalnā ʿalayhimu l-ṭūfāna wal-jarāda wal-qumala wal-ḍafādiʿa wal-dama āyātin mufaṣṣalātin fa-is'takbarū wakānū qawman muj'rimīna
Dutch Dus stuurden Wij tot hen: de vloed, de sprinkhanen, de luizen, de kikkers en het bloed (als een opvolging van) duidelijke Tekenen, toch bleven zij arrogant en behoorden zij tot de mensen die misdadigers zijn.
Verse 134
وَلَمَّا وَقَعَ عَلَيْهِمُ ٱلرِّجْزُ قَالُوا۟ يَـٰمُوسَى ٱدْعُ لَنَا رَبَّكَ بِمَا عَهِدَ عِندَكَ ۖ لَئِن كَشَفْتَ عَنَّا ٱلرِّجْزَ لَنُؤْمِنَنَّ لَكَ وَلَنُرْسِلَنَّ مَعَكَ بَنِىٓ إِسْرَٰٓءِيلَ
Transliteration walammā waqaʿa ʿalayhimu l-rij'zu qālū yāmūsā ud'ʿu lanā rabbaka bimā ʿahida ʿindaka la-in kashafta ʿannā l-rij'za lanu'minanna laka walanur'silanna maʿaka banī is'rāīla
Dutch En als de bestraffing hen trof zeiden zij: “O, Mozes! Roep jouw Heer aan vanwege de beloften die Hij jou heeft gegeven. Als je de bestraffing van ons weghaalt, zullen wij zeker in jou geloven en we zullen de Kinderen van Israël met jou mee laten gaan.”
Verse 135
فَلَمَّا كَشَفْنَا عَنْهُمُ ٱلرِّجْزَ إِلَىٰٓ أَجَلٍ هُم بَـٰلِغُوهُ إِذَا هُمْ يَنكُثُونَ
Transliteration falammā kashafnā ʿanhumu l-rij'za ilā ajalin hum bālighūhu idhā hum yankuthūna
Dutch Maar toen Wij de bestraffing verwijderden van hen op een afgesproken tijd, die het had bereikt, zie! Zij braken hun woord!
Verse 136
فَٱنتَقَمْنَا مِنْهُمْ فَأَغْرَقْنَـٰهُمْ فِى ٱلْيَمِّ بِأَنَّهُمْ كَذَّبُوا۟ بِـَٔايَـٰتِنَا وَكَانُوا۟ عَنْهَا غَـٰفِلِينَ
Transliteration fa-intaqamnā min'hum fa-aghraqnāhum fī l-yami bi-annahum kadhabū biāyātinā wakānū ʿanhā ghāfilīna
Dutch Dus namen Wij vergelding op hen. Wij verdronken hen in de zee, omdat zij Onze Tekenen verwierpen en achteloos waren met de waarschuwingen van hen.
Verse 137
وَأَوْرَثْنَا ٱلْقَوْمَ ٱلَّذِينَ كَانُوا۟ يُسْتَضْعَفُونَ مَشَـٰرِقَ ٱلْأَرْضِ وَمَغَـٰرِبَهَا ٱلَّتِى بَـٰرَكْنَا فِيهَا ۖ وَتَمَّتْ كَلِمَتُ رَبِّكَ ٱلْحُسْنَىٰ عَلَىٰ بَنِىٓ إِسْرَٰٓءِيلَ بِمَا صَبَرُوا۟ ۖ وَدَمَّرْنَا مَا كَانَ يَصْنَعُ فِرْعَوْنُ وَقَوْمُهُۥ وَمَا كَانُوا۟ يَعْرِشُونَ
Transliteration wa-awrathnā l-qawma alladhīna kānū yus'taḍʿafūna mashāriqa l-arḍi wamaghāribahā allatī bāraknā fīhā watammat kalimatu rabbika l-ḥus'nā ʿalā banī is'rāīla bimā ṣabarū wadammarnā mā kāna yaṣnaʿu fir'ʿawnu waqawmuhu wamā kānū yaʿrishūna
Dutch En Wij zorgden ervoor dat de mensen, die als zwak werden beschouwd, de oostelijke en westelijke gedeeltes van het land kregen, waarvoor Wij het gezegend hadden. En het oprechte Woord van jullie Heer werd vervuld voor de Kinderen van Israël omdat zij geduldig waren geweest. En Wij vernietigden volledig alle grote werken en gebouwen die de Farao en "zijn mensen opgericht hadden.
Verse 138
وَجَـٰوَزْنَا بِبَنِىٓ إِسْرَٰٓءِيلَ ٱلْبَحْرَ فَأَتَوْا۟ عَلَىٰ قَوْمٍ يَعْكُفُونَ عَلَىٰٓ أَصْنَامٍ لَّهُمْ ۚ قَالُوا۟ يَـٰمُوسَى ٱجْعَل لَّنَآ إِلَـٰهًا كَمَا لَهُمْ ءَالِهَةٌ ۚ قَالَ إِنَّكُمْ قَوْمٌ تَجْهَلُونَ
Transliteration wajāwaznā bibanī is'rāīla l-baḥra fa-ataw ʿalā qawmin yaʿkufūna ʿalā aṣnāmin lahum qālū yāmūsā ij'ʿal lanā ilāhan kamā lahum ālihatun qāla innakum qawmun tajhalūna
Dutch En Wij brachten de Kinderen van Israël naar de overkant van de zee. En zij kwamen bij mensen die een paar van hun afgodsbeelden vroom (aanbaden). Zij zeiden: “O, Mozes! Maak voor ons een god zoals zij goden hebben.” Hij zei: “Waarlijk jullie zijn een volk dat niet weet.”
Verse 139
إِنَّ هَـٰٓؤُلَآءِ مُتَبَّرٌ مَّا هُمْ فِيهِ وَبَـٰطِلٌ مَّا كَانُوا۟ يَعْمَلُونَ
Transliteration inna hāulāi mutabbarun mā hum fīhi wabāṭilun mā kānū yaʿmalūna
Dutch “Waarlijk, waarmee dit volk zich bezighoudt, zullen zij vernietigd worden. En wat zij doen is een waan.”
Verse 140
قَالَ أَغَيْرَ ٱللَّهِ أَبْغِيكُمْ إِلَـٰهًا وَهُوَ فَضَّلَكُمْ عَلَى ٱلْعَـٰلَمِينَ
Transliteration qāla aghayra l-lahi abghīkum ilāhan wahuwa faḍḍalakum ʿalā l-ʿālamīna
Dutch Hij zei: “Zal ik voor jullie een andere god zoeken dan Allah, terwijl Hij jullie de superioriteit over de wereldwezens heeft gegeven?”
Verse 141
وَإِذْ أَنجَيْنَـٰكُم مِّنْ ءَالِ فِرْعَوْنَ يَسُومُونَكُمْ سُوٓءَ ٱلْعَذَابِ ۖ يُقَتِّلُونَ أَبْنَآءَكُمْ وَيَسْتَحْيُونَ نِسَآءَكُمْ ۚ وَفِى ذَٰلِكُم بَلَآءٌ مِّن رَّبِّكُمْ عَظِيمٌ
Transliteration wa-idh anjaynākum min āli fir'ʿawna yasūmūnakum sūa l-ʿadhābi yuqattilūna abnāakum wayastaḥyūna nisāakum wafī dhālikum balāon min rabbikum ʿaẓīmun
Dutch En (gedenk) toen Wij jullie van de mensen van de Farao redden, die jullie de ergste bestraffing gaven; jullie zonen doodden en jullie vrouwen in leven lieten. En daarin is een grote beproeving van jullie Heer.
Verse 142
۞ وَوَٰعَدْنَا مُوسَىٰ ثَلَـٰثِينَ لَيْلَةً وَأَتْمَمْنَـٰهَا بِعَشْرٍ فَتَمَّ مِيقَـٰتُ رَبِّهِۦٓ أَرْبَعِينَ لَيْلَةً ۚ وَقَالَ مُوسَىٰ لِأَخِيهِ هَـٰرُونَ ٱخْلُفْنِى فِى قَوْمِى وَأَصْلِحْ وَلَا تَتَّبِعْ سَبِيلَ ٱلْمُفْسِدِينَ
Transliteration wawāʿadnā mūsā thalāthīna laylatan wa-atmamnāhā biʿashrin fatamma mīqātu rabbihi arbaʿīna laylatan waqāla mūsā li-akhīhi hārūna ukh'luf'nī fī qawmī wa-aṣliḥ walā tattabiʿ sabīla l-muf'sidīna
Dutch En Wij wezen voor Mozes dertig nachten aan en voegden nog tien toe, en hij maakte de periode die door zijn Heer was aangewezen vol met veertig nachten. En Mozes zei tegen zijn broeder Haaron: “Wees mijn vervanging voor mijn mensen, handel op de juiste manier en volg niet de weg van de verderfzaaiers.”
Verse 143
وَلَمَّا جَآءَ مُوسَىٰ لِمِيقَـٰتِنَا وَكَلَّمَهُۥ رَبُّهُۥ قَالَ رَبِّ أَرِنِىٓ أَنظُرْ إِلَيْكَ ۚ قَالَ لَن تَرَىٰنِى وَلَـٰكِنِ ٱنظُرْ إِلَى ٱلْجَبَلِ فَإِنِ ٱسْتَقَرَّ مَكَانَهُۥ فَسَوْفَ تَرَىٰنِى ۚ فَلَمَّا تَجَلَّىٰ رَبُّهُۥ لِلْجَبَلِ جَعَلَهُۥ دَكًّا وَخَرَّ مُوسَىٰ صَعِقًا ۚ فَلَمَّآ أَفَاقَ قَالَ سُبْحَـٰنَكَ تُبْتُ إِلَيْكَ وَأَنَا۠ أَوَّلُ ٱلْمُؤْمِنِينَ
Transliteration walammā jāa mūsā limīqātinā wakallamahu rabbuhu qāla rabbi arinī anẓur ilayka qāla lan tarānī walākini unẓur ilā l-jabali fa-ini is'taqarra makānahu fasawfa tarānī falammā tajallā rabbuhu lil'jabali jaʿalahu dakkan wakharra mūsā ṣaʿiqan falammā afāqa qāla sub'ḥānaka tub'tu ilayka wa-anā awwalu l-mu'minīna
Dutch En toen Mozes op de aangewezen tijd en plaats bij Ons kwam en zijn Heer tot hem sprak, zei hij: “O, mijn Heer! Toon mij U, zodat ik U kan zien.” Allah zei: “Je zult Mij nimmer (kunnen) zien, maar kijk naar de berg, als deze stil op zijn plaats blijft staan, dan zul je Mij zien.” Dus toen zijn Heer zich aan de berg openbaarde, liet Hij deze instorten en tot stof vergaan, en Mozes viel bewusteloos neer. Toen hij weer bijkwam, zei hij: “Verheerlijkt bent U, ik wend mij tot U in berouw en ik ben de eerste onder de gelovigen.”
Verse 144
قَالَ يَـٰمُوسَىٰٓ إِنِّى ٱصْطَفَيْتُكَ عَلَى ٱلنَّاسِ بِرِسَـٰلَـٰتِى وَبِكَلَـٰمِى فَخُذْ مَآ ءَاتَيْتُكَ وَكُن مِّنَ ٱلشَّـٰكِرِينَ
Transliteration qāla yāmūsā innī iṣ'ṭafaytuka ʿalā l-nāsi birisālātī wabikalāmī fakhudh mā ātaytuka wakun mina l-shākirīna
Dutch (Allah) zei: “O Mozes, Ik heb jou boven de (andere) mensen uitverkoren door middel van Mijn" openbaring aan jou en door Mijn spreken. Houd je dus vast aan datgene (de Thora) Ik jou heb gegeven, en behoor tot de dankbaren.” (voor deze begunstiging door enkel te doen wat Mij pleziert en weg te blijven van dingen die Mijn toorn opwekken)
Verse 145
وَكَتَبْنَا لَهُۥ فِى ٱلْأَلْوَاحِ مِن كُلِّ شَىْءٍ مَّوْعِظَةً وَتَفْصِيلًا لِّكُلِّ شَىْءٍ فَخُذْهَا بِقُوَّةٍ وَأْمُرْ قَوْمَكَ يَأْخُذُوا۟ بِأَحْسَنِهَا ۚ سَأُو۟رِيكُمْ دَارَ ٱلْفَـٰسِقِينَ
Transliteration wakatabnā lahu fī l-alwāḥi min kulli shayin mawʿiẓatan watafṣīlan likulli shayin fakhudh'hā biquwwatin wamur qawmaka yakhudhū bi-aḥsanihā sa-urīkum dāra l-fāsiqīna
Dutch En Wij schreven hem voor in de Tafelen over de lessen die uit alle dingen getrokken konden worden en de uitleg van alle dingen (en zeiden): “Houdt dit ferm vast en moedig je mensen aan om het betere daarvan te nemen. Ik zal jou het huis van de verdorvenen laten zien.”
Verse 146
سَأَصْرِفُ عَنْ ءَايَـٰتِىَ ٱلَّذِينَ يَتَكَبَّرُونَ فِى ٱلْأَرْضِ بِغَيْرِ ٱلْحَقِّ وَإِن يَرَوْا۟ كُلَّ ءَايَةٍ لَّا يُؤْمِنُوا۟ بِهَا وَإِن يَرَوْا۟ سَبِيلَ ٱلرُّشْدِ لَا يَتَّخِذُوهُ سَبِيلًا وَإِن يَرَوْا۟ سَبِيلَ ٱلْغَىِّ يَتَّخِذُوهُ سَبِيلًا ۚ ذَٰلِكَ بِأَنَّهُمْ كَذَّبُوا۟ بِـَٔايَـٰتِنَا وَكَانُوا۟ عَنْهَا غَـٰفِلِينَ
Transliteration sa-aṣrifu ʿan āyātiya alladhīna yatakabbarūna fī l-arḍi bighayri l-ḥaqi wa-in yaraw kulla āyatin lā yu'minū bihā wa-in yaraw sabīla l-rush'di lā yattakhidhūhu sabīlan wa-in yaraw sabīla l-ghayi yattakhidhūhu sabīlan dhālika bi-annahum kadhabū biāyātinā wakānū ʿanhā ghāfilīna
Dutch Ik zal degenen die arrogant op aarde zijn van Mijn Koranverzen laten afkeren. Zelfs als zij alle Tekenen zien, zullen zij daarin niet geloven. En als zij de juiste manier zien, zullen zij dat niet als manier aannemen, maar zij zullen de verkeerde manier zien en die aannemen omdat zij Onze Tekenen verwerpen en achteloos zijn. (om) daarvan (een les te leren)
Verse 147
وَٱلَّذِينَ كَذَّبُوا۟ بِـَٔايَـٰتِنَا وَلِقَآءِ ٱلْـَٔاخِرَةِ حَبِطَتْ أَعْمَـٰلُهُمْ ۚ هَلْ يُجْزَوْنَ إِلَّا مَا كَانُوا۟ يَعْمَلُونَ
Transliteration wa-alladhīna kadhabū biāyātinā waliqāi l-ākhirati ḥabiṭat aʿmāluhum hal yuj'zawna illā mā kānū yaʿmalūna
Dutch Degenen die Onze Tekenen en de ontmoeting in het Hiernamaals ontkennen, zijn vruchteloos in hun daden. Verwachten zij beloond te worden met iets behalve wat zijn doen?
Verse 148
وَٱتَّخَذَ قَوْمُ مُوسَىٰ مِنۢ بَعْدِهِۦ مِنْ حُلِيِّهِمْ عِجْلًا جَسَدًا لَّهُۥ خُوَارٌ ۚ أَلَمْ يَرَوْا۟ أَنَّهُۥ لَا يُكَلِّمُهُمْ وَلَا يَهْدِيهِمْ سَبِيلًا ۘ ٱتَّخَذُوهُ وَكَانُوا۟ ظَـٰلِمِينَ
Transliteration wa-ittakhadha qawmu mūsā min baʿdihi min ḥuliyyihim ʿij'lan jasadan lahu khuwārun alam yaraw annahu lā yukallimuhum walā yahdīhim sabīlan ittakhadhūhu wakānū ẓālimīna
Dutch En het volk van Mozes maakte tijdens zijn afwezigheid, van hun (gouden) sieraden (een afgodsbeeld met) het lichaam van een kalf dat een loeiend geluid maakte. Beseften zij niet dat het in werkelijkheid niet tot hen kon spreken en hen geen weg kon wijzen? Zij namen het aan ter aanbidding en zij waren onrechtvaardig.
Verse 149
وَلَمَّا سُقِطَ فِىٓ أَيْدِيهِمْ وَرَأَوْا۟ أَنَّهُمْ قَدْ ضَلُّوا۟ قَالُوا۟ لَئِن لَّمْ يَرْحَمْنَا رَبُّنَا وَيَغْفِرْ لَنَا لَنَكُونَنَّ مِنَ ٱلْخَـٰسِرِينَ
Transliteration walammā suqiṭa fī aydīhim wara-aw annahum qad ḍallū qālū la-in lam yarḥamnā rabbunā wayaghfir lanā lanakūnanna mina l-khāsirīna
Dutch En toen zij spijt hadden en zagen dat zij afgedwaald waren, (hadden) zij (berouw) en zeiden: “Als onze Heer geen genade met ons heeft en ons niet vergeeft, zullen wij zeker tot de verliezers behoren.”
Verse 150
وَلَمَّا رَجَعَ مُوسَىٰٓ إِلَىٰ قَوْمِهِۦ غَضْبَـٰنَ أَسِفًا قَالَ بِئْسَمَا خَلَفْتُمُونِى مِنۢ بَعْدِىٓ ۖ أَعَجِلْتُمْ أَمْرَ رَبِّكُمْ ۖ وَأَلْقَى ٱلْأَلْوَاحَ وَأَخَذَ بِرَأْسِ أَخِيهِ يَجُرُّهُۥٓ إِلَيْهِ ۚ قَالَ ٱبْنَ أُمَّ إِنَّ ٱلْقَوْمَ ٱسْتَضْعَفُونِى وَكَادُوا۟ يَقْتُلُونَنِى فَلَا تُشْمِتْ بِىَ ٱلْأَعْدَآءَ وَلَا تَجْعَلْنِى مَعَ ٱلْقَوْمِ ٱلظَّـٰلِمِينَ
Transliteration walammā rajaʿa mūsā ilā qawmihi ghaḍbāna asifan qāla bi'samā khalaftumūnī min baʿdī aʿajil'tum amra rabbikum wa-alqā l-alwāḥa wa-akhadha birasi akhīhi yajurruhu ilayhi qāla ib'na umma inna l-qawma is'taḍʿafūnī wakādū yaqtulūnanī falā tush'mit biya l-aʿdāa walā tajʿalnī maʿa l-qawmi l-ẓālimīna
Dutch En toen Mozes boos en geschokt tot zijn volk terugkeerde, zei hij: “Wat jullie gedaan hebben tijdens mijn afwezigheid is een slechte zaak. "Hebben jullie je gehaast en zijn jullie voorop gegaan in de zaak van jullie Heer?” En hij zette de Tafelen haastig neer en greep zijn broeder bij zijn baard en sleepte hem naar zich toe. Haaron zei: “O, zoon van mijn moeder! Voorwaar, de mensen beoordeelden mij zwak en wilden mij vermoorden. Laat de vijanden geen leedvermaak over mij hebben en stel mij niet gelijk aan het volk van onrechtplegers.”
Verse 151
قَالَ رَبِّ ٱغْفِرْ لِى وَلِأَخِى وَأَدْخِلْنَا فِى رَحْمَتِكَ ۖ وَأَنتَ أَرْحَمُ ٱلرَّٰحِمِينَ
Transliteration qāla rabbi igh'fir lī wali-akhī wa-adkhil'nā fī raḥmatika wa-anta arḥamu l-rāḥimīna
Dutch Mozes zei: “O, mijn Heer! Vergeef mij en mijn broeder en laat ons toe tot Uw Genade, want U bent de Genadigste van allen die genade tonen.”
Verse 152
إِنَّ ٱلَّذِينَ ٱتَّخَذُوا۟ ٱلْعِجْلَ سَيَنَالُهُمْ غَضَبٌ مِّن رَّبِّهِمْ وَذِلَّةٌ فِى ٱلْحَيَوٰةِ ٱلدُّنْيَا ۚ وَكَذَٰلِكَ نَجْزِى ٱلْمُفْتَرِينَ
Transliteration inna alladhīna ittakhadhū l-ʿij'la sayanāluhum ghaḍabun min rabbihim wadhillatun fī l-ḥayati l-dun'yā wakadhālika najzī l-muf'tarīna
Dutch Zeker, degenen die het kalf (tot hun god) namen, daar zal de toorn en de vernedering van hun Heer over heen komen in het leven van deze wereld. Dus Wij vergelden degenen die leugens verzinnen.
Verse 153
وَٱلَّذِينَ عَمِلُوا۟ ٱلسَّيِّـَٔاتِ ثُمَّ تَابُوا۟ مِنۢ بَعْدِهَا وَءَامَنُوٓا۟ إِنَّ رَبَّكَ مِنۢ بَعْدِهَا لَغَفُورٌ رَّحِيمٌ
Transliteration wa-alladhīna ʿamilū l-sayiāti thumma tābū min baʿdihā waāmanū inna rabbaka min baʿdihā laghafūrun raḥīmun
Dutch Maar degenen die kwade daden begaan en daarna berouw vertonen en geloven, waarlijk, jullie Heer is Genadevol, Barmhartig.
Verse 154
وَلَمَّا سَكَتَ عَن مُّوسَى ٱلْغَضَبُ أَخَذَ ٱلْأَلْوَاحَ ۖ وَفِى نُسْخَتِهَا هُدًى وَرَحْمَةٌ لِّلَّذِينَ هُمْ لِرَبِّهِمْ يَرْهَبُونَ
Transliteration walammā sakata ʿan mūsā l-ghaḍabu akhadha l-alwāḥa wafī nus'khatihā hudan waraḥmatun lilladhīna hum lirabbihim yarhabūna
Dutch En toen de woede van Mozes gezakt was, nam hij de Tafelen op. En daarin staat Leiding en Genade beschreven voor degenen die hun Heer vrezen.
Verse 155
وَٱخْتَارَ مُوسَىٰ قَوْمَهُۥ سَبْعِينَ رَجُلًا لِّمِيقَـٰتِنَا ۖ فَلَمَّآ أَخَذَتْهُمُ ٱلرَّجْفَةُ قَالَ رَبِّ لَوْ شِئْتَ أَهْلَكْتَهُم مِّن قَبْلُ وَإِيَّـٰىَ ۖ أَتُهْلِكُنَا بِمَا فَعَلَ ٱلسُّفَهَآءُ مِنَّآ ۖ إِنْ هِىَ إِلَّا فِتْنَتُكَ تُضِلُّ بِهَا مَن تَشَآءُ وَتَهْدِى مَن تَشَآءُ ۖ أَنتَ وَلِيُّنَا فَٱغْفِرْ لَنَا وَٱرْحَمْنَا ۖ وَأَنتَ خَيْرُ ٱلْغَـٰفِرِينَ
Transliteration wa-ikh'tāra mūsā qawmahu sabʿīna rajulan limīqātinā falammā akhadhathumu l-rajfatu qāla rabbi law shi'ta ahlaktahum min qablu wa-iyyāya atuh'likunā bimā faʿala l-sufahāu minnā in hiya illā fit'natuka tuḍillu bihā man tashāu watahdī man tashāu anta waliyyunā fa-igh'fir lanā wa-ir'ḥamnā wa-anta khayru l-ghāfirīna
Dutch En Mozes koos uit zijn volk zeventig mensen op de door Ons aangewezen tijd (om Allah om vergiffenis te smeken) En toen zij door een aardbeving getroffen werden zei hij: “O, mijn Heer, als U wilde, dan had U hen en mij eerder vernietigd. Zult U ons voor de daden van dwazen, die onder ons zijn, vernietigen? Het is slechts Uw beproeving, waardoor U degene die U wilt, laat dwalen en degene die U wilt, recht leidt. U bent onze Beschermheer, vergeef ons dus en heb genade met ons, want U bent de beste der Vergevensgezinden.
Verse 156
۞ وَٱكْتُبْ لَنَا فِى هَـٰذِهِ ٱلدُّنْيَا حَسَنَةً وَفِى ٱلْـَٔاخِرَةِ إِنَّا هُدْنَآ إِلَيْكَ ۚ قَالَ عَذَابِىٓ أُصِيبُ بِهِۦ مَنْ أَشَآءُ ۖ وَرَحْمَتِى وَسِعَتْ كُلَّ شَىْءٍ ۚ فَسَأَكْتُبُهَا لِلَّذِينَ يَتَّقُونَ وَيُؤْتُونَ ٱلزَّكَوٰةَ وَٱلَّذِينَ هُم بِـَٔايَـٰتِنَا يُؤْمِنُونَ
Transliteration wa-uk'tub lanā fī hādhihi l-dun'yā ḥasanatan wafī l-ākhirati innā hud'nā ilayka qāla ʿadhābī uṣību bihi man ashāu waraḥmatī wasiʿat kulla shayin fasa-aktubuhā lilladhīna yattaqūna wayu'tūna l-zakata wa-alladhīna hum biāyātinā yu'minūna
Dutch En beveel voor ons het goede in deze wereld en in het Hiernamaals. Zeker, wij wenden ons in berouw tot U.” Hij (Allah) zei: “Mijn bestraffing laat Ik treffen" wie Ik wil en Mijn genade omvat alle dingen. Dat zal Ik bevelen voor degenen die godvrezend zijn en zakaat geven en degenen die in Onze Tekenen geloven.”
Verse 157
ٱلَّذِينَ يَتَّبِعُونَ ٱلرَّسُولَ ٱلنَّبِىَّ ٱلْأُمِّىَّ ٱلَّذِى يَجِدُونَهُۥ مَكْتُوبًا عِندَهُمْ فِى ٱلتَّوْرَىٰةِ وَٱلْإِنجِيلِ يَأْمُرُهُم بِٱلْمَعْرُوفِ وَيَنْهَىٰهُمْ عَنِ ٱلْمُنكَرِ وَيُحِلُّ لَهُمُ ٱلطَّيِّبَـٰتِ وَيُحَرِّمُ عَلَيْهِمُ ٱلْخَبَـٰٓئِثَ وَيَضَعُ عَنْهُمْ إِصْرَهُمْ وَٱلْأَغْلَـٰلَ ٱلَّتِى كَانَتْ عَلَيْهِمْ ۚ فَٱلَّذِينَ ءَامَنُوا۟ بِهِۦ وَعَزَّرُوهُ وَنَصَرُوهُ وَٱتَّبَعُوا۟ ٱلنُّورَ ٱلَّذِىٓ أُنزِلَ مَعَهُۥٓ ۙ أُو۟لَـٰٓئِكَ هُمُ ٱلْمُفْلِحُونَ
Transliteration alladhīna yattabiʿūna l-rasūla l-nabiya l-umiya alladhī yajidūnahu maktūban ʿindahum fī l-tawrāti wal-injīli yamuruhum bil-maʿrūfi wayanhāhum ʿani l-munkari wayuḥillu lahumu l-ṭayibāti wayuḥarrimu ʿalayhimu l-khabāitha wayaḍaʿu ʿanhum iṣ'rahum wal-aghlāla allatī kānat ʿalayhim fa-alladhīna āmanū bihi waʿazzarūhu wanaṣarūhu wa-ittabaʿū l-nūra alladhī unzila maʿahu ulāika humu l-muf'liḥūna
Dutch (Zij zijn) degenen die de Boodschapper – de ongeletterde Profeet – volgen, die zij bij hen in de Thora en in het Evangelie beschreven vinden. Hij, die hen het goede oplegt en het kwade verbiedt. Hij, die hen ontheft van de last en de ketenen die hen bonden. Zij die in hem geloven en hem eren en ondersteunen en het licht dat met hem is nedergezonden volgen, zullen zeer zeker slagen.
Verse 158
قُلْ يَـٰٓأَيُّهَا ٱلنَّاسُ إِنِّى رَسُولُ ٱللَّهِ إِلَيْكُمْ جَمِيعًا ٱلَّذِى لَهُۥ مُلْكُ ٱلسَّمَـٰوَٰتِ وَٱلْأَرْضِ ۖ لَآ إِلَـٰهَ إِلَّا هُوَ يُحْىِۦ وَيُمِيتُ ۖ فَـَٔامِنُوا۟ بِٱللَّهِ وَرَسُولِهِ ٱلنَّبِىِّ ٱلْأُمِّىِّ ٱلَّذِى يُؤْمِنُ بِٱللَّهِ وَكَلِمَـٰتِهِۦ وَٱتَّبِعُوهُ لَعَلَّكُمْ تَهْتَدُونَ
Transliteration qul yāayyuhā l-nāsu innī rasūlu l-lahi ilaykum jamīʿan alladhī lahu mul'ku l-samāwāti wal-arḍi lā ilāha illā huwa yuḥ'yī wayumītu faāminū bil-lahi warasūlihi l-nabiyi l-umiyi alladhī yu'minu bil-lahi wakalimātihi wa-ittabiʿūhu laʿallakum tahtadūna
Dutch Zeg: “O, Mensheid! Waarlijk, ik ben tot jullie gestuurd als de Boodschapper van Allah – aan wie het rijk van de hemelen en aarde toebehoort. Geen god is er dan Hij; Hij doet leven en Hij doet sterven. Geloof dus in Allah en in Zijn Boodschapper, de Profeet die niet kan lezen of schrijven, die in Allah gelooft en in Zijn woorden, volg hem, zodat jullie geleid zijn.
Verse 159
وَمِن قَوْمِ مُوسَىٰٓ أُمَّةٌ يَهْدُونَ بِٱلْحَقِّ وَبِهِۦ يَعْدِلُونَ
Transliteration wamin qawmi mūsā ummatun yahdūna bil-ḥaqi wabihi yaʿdilūna
Dutch En onder het volk van Mozes is er een gemeenschap die leiding geeft volgens de Waarheid, en die er rechtvaardig naar handelen.
Verse 160
وَقَطَّعْنَـٰهُمُ ٱثْنَتَىْ عَشْرَةَ أَسْبَاطًا أُمَمًا ۚ وَأَوْحَيْنَآ إِلَىٰ مُوسَىٰٓ إِذِ ٱسْتَسْقَىٰهُ قَوْمُهُۥٓ أَنِ ٱضْرِب بِّعَصَاكَ ٱلْحَجَرَ ۖ فَٱنۢبَجَسَتْ مِنْهُ ٱثْنَتَا عَشْرَةَ عَيْنًا ۖ قَدْ عَلِمَ كُلُّ أُنَاسٍ مَّشْرَبَهُمْ ۚ وَظَلَّلْنَا عَلَيْهِمُ ٱلْغَمَـٰمَ وَأَنزَلْنَا عَلَيْهِمُ ٱلْمَنَّ وَٱلسَّلْوَىٰ ۖ كُلُوا۟ مِن طَيِّبَـٰتِ مَا رَزَقْنَـٰكُمْ ۚ وَمَا ظَلَمُونَا وَلَـٰكِن كَانُوٓا۟ أَنفُسَهُمْ يَظْلِمُونَ
Transliteration waqaṭṭaʿnāhumu ith'natay ʿashrata asbāṭan umaman wa-awḥaynā ilā mūsā idhi is'tasqāhu qawmuhu ani iḍ'rib biʿaṣāka l-ḥajara fa-inbajasat min'hu ith'natā ʿashrata ʿaynan qad ʿalima kullu unāsin mashrabahum waẓallalnā ʿalayhimu l-ghamāma wa-anzalnā ʿalayhimu l-mana wal-salwā kulū min ṭayyibāti mā razaqnākum wamā ẓalamūnā walākin kānū anfusahum yaẓlimūna
Dutch En Wij hebben hen in twaalf stammen (als verschillende) volkeren verdeeld. Wij openbaarden aan Mozes toen zijn volk hem om water vroeg (zeggende): “Sla met jouw staf op de steen.” En er stroomden twaalf bronnen uit; iedere groep kende zijn eigen plaats voor het water. Wij gaven hen met wolken schaduw en stuurden de ‘Manna’ en de kwartels (zeggende): “Eet van de goede dingen, waarmee Wij jullie voorzien hebben.” Zij kwetsten ons niet, maar zij kwetsten zichzelf.
Verse 161
وَإِذْ قِيلَ لَهُمُ ٱسْكُنُوا۟ هَـٰذِهِ ٱلْقَرْيَةَ وَكُلُوا۟ مِنْهَا حَيْثُ شِئْتُمْ وَقُولُوا۟ حِطَّةٌ وَٱدْخُلُوا۟ ٱلْبَابَ سُجَّدًا نَّغْفِرْ لَكُمْ خَطِيٓـَٔـٰتِكُمْ ۚ سَنَزِيدُ ٱلْمُحْسِنِينَ
Transliteration wa-idh qīla lahumu us'kunū hādhihi l-qaryata wakulū min'hā ḥaythu shi'tum waqūlū ḥiṭṭatun wa-ud'khulū l-bāba sujjadan naghfir lakum khaṭīātikum sanazīdu l-muḥ'sinīna
Dutch En (gedenk) toen er tot hen werd gezegd: “Woon in deze stad en eet daarvan wat jullie wensen en zeg: “Vergeef onze zonden,” en ga de poort knielend in. Wij zullen jullie je zonden vergeven. Wij zullen (de beloning) voor de weldoeners doen toenemen.”
Verse 162
فَبَدَّلَ ٱلَّذِينَ ظَلَمُوا۟ مِنْهُمْ قَوْلًا غَيْرَ ٱلَّذِى قِيلَ لَهُمْ فَأَرْسَلْنَا عَلَيْهِمْ رِجْزًا مِّنَ ٱلسَّمَآءِ بِمَا كَانُوا۟ يَظْلِمُونَ
Transliteration fabaddala alladhīna ẓalamū min'hum qawlan ghayra alladhī qīla lahum fa-arsalnā ʿalayhim rij'zan mina l-samāi bimā kānū yaẓlimūna
Dutch Maar degenen onder hen die valselijk het woord wat hen verteld was hebben veranderd, zenden Wij dus een bestraffing uit de hemel voor hun wandaden.
Verse 163
وَسْـَٔلْهُمْ عَنِ ٱلْقَرْيَةِ ٱلَّتِى كَانَتْ حَاضِرَةَ ٱلْبَحْرِ إِذْ يَعْدُونَ فِى ٱلسَّبْتِ إِذْ تَأْتِيهِمْ حِيتَانُهُمْ يَوْمَ سَبْتِهِمْ شُرَّعًا وَيَوْمَ لَا يَسْبِتُونَ ۙ لَا تَأْتِيهِمْ ۚ كَذَٰلِكَ نَبْلُوهُم بِمَا كَانُوا۟ يَفْسُقُونَ
Transliteration wasalhum ʿani l-qaryati allatī kānat ḥāḍirata l-baḥri idh yaʿdūna fī l-sabti idh tatīhim ḥītānuhum yawma sabtihim shurraʿan wayawma lā yasbitūna lā tatīhim kadhālika nablūhum bimā kānū yafsuqūna
Dutch En vraag hen over de stad die dicht bij de zee lag, toen zij de zaak van de sabbat overtraden; toen hun vissen voor hen boven water verschenen op de dag van de sabbat, terwijl zij op andere dagen dan de sabbat niet verschenen. Dus maakten Wij een beproeving voor hen, want zij waren (meestal) opstandig.
Verse 164
وَإِذْ قَالَتْ أُمَّةٌ مِّنْهُمْ لِمَ تَعِظُونَ قَوْمًا ۙ ٱللَّهُ مُهْلِكُهُمْ أَوْ مُعَذِّبُهُمْ عَذَابًا شَدِيدًا ۖ قَالُوا۟ مَعْذِرَةً إِلَىٰ رَبِّكُمْ وَلَعَلَّهُمْ يَتَّقُونَ
Transliteration wa-idh qālat ummatun min'hum lima taʿiẓūna qawman l-lahu muh'likuhum aw muʿadhibuhum ʿadhāban shadīdan qālū maʿdhiratan ilā rabbikum walaʿallahum yattaqūna
Dutch En toen zei een gemeenschap onder hen: “Waarom preken jullie tot een volk wat Allah zal vernietigen of met een zware bestraffing zal bestraffen?” (De prekers) zeiden: “Om vrij van schuld te zijn voor onze Heer en misschien zullen zij Allah vrezen.”
Verse 165
فَلَمَّا نَسُوا۟ مَا ذُكِّرُوا۟ بِهِۦٓ أَنجَيْنَا ٱلَّذِينَ يَنْهَوْنَ عَنِ ٱلسُّوٓءِ وَأَخَذْنَا ٱلَّذِينَ ظَلَمُوا۟ بِعَذَابٍۭ بَـِٔيسٍۭ بِمَا كَانُوا۟ يَفْسُقُونَ
Transliteration falammā nasū mā dhukkirū bihi anjaynā alladhīna yanhawna ʿani l-sūi wa-akhadhnā alladhīna ẓalamū biʿadhābin baīsin bimā kānū yafsuqūna
Dutch En toen zij vergaten waarmee zij vermaand waren, toen redden Wij degenen die het kwade verboden, maar Wij grepen degenen die het kwaad beoefenden met een zware straf want zij waren opstandig.
Verse 166
فَلَمَّا عَتَوْا۟ عَن مَّا نُهُوا۟ عَنْهُ قُلْنَا لَهُمْ كُونُوا۟ قِرَدَةً خَـٰسِـِٔينَ
Transliteration falammā ʿataw ʿan mā nuhū ʿanhu qul'nā lahum kūnū qiradatan khāsiīna
Dutch Dus toen zij de grenzen van wat hen verboden was overtraden, zeiden Wij tegen hen: “Wees apen, veracht en verworpen.”
Verse 167
وَإِذْ تَأَذَّنَ رَبُّكَ لَيَبْعَثَنَّ عَلَيْهِمْ إِلَىٰ يَوْمِ ٱلْقِيَـٰمَةِ مَن يَسُومُهُمْ سُوٓءَ ٱلْعَذَابِ ۗ إِنَّ رَبَّكَ لَسَرِيعُ ٱلْعِقَابِ ۖ وَإِنَّهُۥ لَغَفُورٌ رَّحِيمٌ
Transliteration wa-idh ta-adhana rabbuka layabʿathanna ʿalayhim ilā yawmi l-qiyāmati man yasūmuhum sūa l-ʿadhābi inna rabbaka lasarīʿu l-ʿiqābi wa-innahu laghafūrun raḥīmun
Dutch En (gedenk) dat toen jullie Heer verklaarde dat Hij zeker (mensen) tegen hen zou zenden, tot aan de Dag der Opstanding, die hen met de vernederende bestraffing zullen treffen. Waarlijk, jullie Heer is snel in de vergelding en zeker, Hij is Vergevingsgezind, Genadevol.
Verse 168
وَقَطَّعْنَـٰهُمْ فِى ٱلْأَرْضِ أُمَمًا ۖ مِّنْهُمُ ٱلصَّـٰلِحُونَ وَمِنْهُمْ دُونَ ذَٰلِكَ ۖ وَبَلَوْنَـٰهُم بِٱلْحَسَنَـٰتِ وَٱلسَّيِّـَٔاتِ لَعَلَّهُمْ يَرْجِعُونَ
Transliteration waqaṭṭaʿnāhum fī l-arḍi umaman min'humu l-ṣāliḥūna wamin'hum dūna dhālika wabalawnāhum bil-ḥasanāti wal-sayiāti laʿallahum yarjiʿūna
Dutch En Wij hebben hen in verschillende groepen verdeeld over de aarde, sommigen van hen zijn rechtvaardig en sommigen zijn er die dat niet zijn. En Wij beproefden hen met goed en kwaad, zodat zij zich misschien (tot Allah’s gehoorzaamheid) zouden wenden.
Verse 169
فَخَلَفَ مِنۢ بَعْدِهِمْ خَلْفٌ وَرِثُوا۟ ٱلْكِتَـٰبَ يَأْخُذُونَ عَرَضَ هَـٰذَا ٱلْأَدْنَىٰ وَيَقُولُونَ سَيُغْفَرُ لَنَا وَإِن يَأْتِهِمْ عَرَضٌ مِّثْلُهُۥ يَأْخُذُوهُ ۚ أَلَمْ يُؤْخَذْ عَلَيْهِم مِّيثَـٰقُ ٱلْكِتَـٰبِ أَن لَّا يَقُولُوا۟ عَلَى ٱللَّهِ إِلَّا ٱلْحَقَّ وَدَرَسُوا۟ مَا فِيهِ ۗ وَٱلدَّارُ ٱلْـَٔاخِرَةُ خَيْرٌ لِّلَّذِينَ يَتَّقُونَ ۗ أَفَلَا تَعْقِلُونَ
Transliteration fakhalafa min baʿdihim khalfun warithū l-kitāba yakhudhūna ʿaraḍa hādhā l-adnā wayaqūlūna sayugh'faru lanā wa-in yatihim ʿaraḍun mith'luhu yakhudhūhu alam yu'khadh ʿalayhim mīthāqu l-kitābi an lā yaqūlū ʿalā l-lahi illā l-ḥaqa wadarasū mā fīhi wal-dāru l-ākhiratu khayrun lilladhīna yattaqūna afalā taʿqilūna
Dutch Toen kwam na hen een generatie die het Boek erfden, maar die voor zichzelf de goederen van dit lage leven kozen zeggende: “(Alles) zal ons vergeven worden.” En als er (opnieuw) het aanbod van iets dergelijks op hun pad kwam, dan zouden zij het (opnieuw) grijpen. Was er geen verbond van het Boek met hen afgesloten dat zij niets anders dan de waarheid over Allah zeggen? En zij hebben bestudeerd wat daar geschreven staat. En het Huis van het Hiernamaals is beter voor degenen die godvrezend zijn. Begrijpen jullie dat dan niet?
Verse 170
وَٱلَّذِينَ يُمَسِّكُونَ بِٱلْكِتَـٰبِ وَأَقَامُوا۟ ٱلصَّلَوٰةَ إِنَّا لَا نُضِيعُ أَجْرَ ٱلْمُصْلِحِينَ
Transliteration wa-alladhīna yumassikūna bil-kitābi wa-aqāmū l-ṣalata innā lā nuḍīʿu ajra l-muṣ'liḥīna
Dutch En degenen die zich aan het Boek vasthouden en perfect hun gebeden verrichtten: voorwaar, de beloning van degenen die verbetering brengen zullen Wij nooit verspillen.
Verse 171
۞ وَإِذْ نَتَقْنَا ٱلْجَبَلَ فَوْقَهُمْ كَأَنَّهُۥ ظُلَّةٌ وَظَنُّوٓا۟ أَنَّهُۥ وَاقِعٌۢ بِهِمْ خُذُوا۟ مَآ ءَاتَيْنَـٰكُم بِقُوَّةٍ وَٱذْكُرُوا۟ مَا فِيهِ لَعَلَّكُمْ تَتَّقُونَ
Transliteration wa-idh nataqnā l-jabala fawqahum ka-annahu ẓullatun waẓannū annahu wāqiʿun bihim khudhū mā ātaynākum biquwwatin wa-udh'kurū mā fīhi laʿallakum tattaqūna
Dutch En (gedenk) toen Wij de berg (Sinaї) boven hen deden verrijzen alsof het een canapé was, en zij dachten dat het op hen zou vallen. (Wij zeiden): “Houdt stevig vast aan wat Wij jullie gegeven hebben en gedenk wat er in (de Schrift) geschreven staat. Hopelijk zullen jullie Allah vrezen.”
Verse 172
وَإِذْ أَخَذَ رَبُّكَ مِنۢ بَنِىٓ ءَادَمَ مِن ظُهُورِهِمْ ذُرِّيَّتَهُمْ وَأَشْهَدَهُمْ عَلَىٰٓ أَنفُسِهِمْ أَلَسْتُ بِرَبِّكُمْ ۖ قَالُوا۟ بَلَىٰ ۛ شَهِدْنَآ ۛ أَن تَقُولُوا۟ يَوْمَ ٱلْقِيَـٰمَةِ إِنَّا كُنَّا عَنْ هَـٰذَا غَـٰفِلِينَ
Transliteration wa-idh akhadha rabbuka min banī ādama min ẓuhūrihim dhurriyyatahum wa-ashhadahum ʿalā anfusihim alastu birabbikum qālū balā shahid'nā an taqūlū yawma l-qiyāmati innā kunnā ʿan hādhā ghāfilīna
Dutch En (gedenk) toen jullie Heer het nageslacht van de Kinderen van Adam uit hun lendenen nam, en hen deed getuigen over zichzelf (zeggende): “Ben Ik niet jullie Heer?” Zij zeiden: “Ja! Wij getuigen” zodat jullie op de Dag der Opstanding niet zullen zeggen: “Waarlijk, wij wisten dit niet.”
Verse 173
أَوْ تَقُولُوٓا۟ إِنَّمَآ أَشْرَكَ ءَابَآؤُنَا مِن قَبْلُ وَكُنَّا ذُرِّيَّةً مِّنۢ بَعْدِهِمْ ۖ أَفَتُهْلِكُنَا بِمَا فَعَلَ ٱلْمُبْطِلُونَ
Transliteration aw taqūlū innamā ashraka ābāunā min qablu wakunnā dhurriyyatan min baʿdihim afatuh'likunā bimā faʿala l-mub'ṭilūna
Dutch Of dat jullie niet zullen zeggen: “Het waren slechts onze vaders vroeger die anderen als deelgenoot in de aanbidding bij Allah namen en wij waren (slechts) hun afstammelingen; zult U ons dan vernietigen vanwege de daden van mannen die de leugen praktiseerden?”
Verse 174
وَكَذَٰلِكَ نُفَصِّلُ ٱلْـَٔايَـٰتِ وَلَعَلَّهُمْ يَرْجِعُونَ
Transliteration wakadhālika nufaṣṣilu l-āyāti walaʿallahum yarjiʿūna
Dutch En zo leggen Wij de Verzen uit. Hopelijk zullen zij terugkeren.
Verse 175
وَٱتْلُ عَلَيْهِمْ نَبَأَ ٱلَّذِىٓ ءَاتَيْنَـٰهُ ءَايَـٰتِنَا فَٱنسَلَخَ مِنْهَا فَأَتْبَعَهُ ٱلشَّيْطَـٰنُ فَكَانَ مِنَ ٱلْغَاوِينَ
Transliteration wa-ut'lu ʿalayhim naba-a alladhī ātaynāhu āyātinā fa-insalakha min'hā fa-atbaʿahu l-shayṭānu fakāna mina l-ghāwīna
Dutch En lees hen (O Mohammed) de geschiedenis voor van degene aan wie Wij Onze Verzen gaven. Maar hij verwierp ze uit ongeloof. Dus volgde Sjaitaan hem (op "de voet) en werd hij een van de dwalenden.
Verse 176
وَلَوْ شِئْنَا لَرَفَعْنَـٰهُ بِهَا وَلَـٰكِنَّهُۥٓ أَخْلَدَ إِلَى ٱلْأَرْضِ وَٱتَّبَعَ هَوَىٰهُ ۚ فَمَثَلُهُۥ كَمَثَلِ ٱلْكَلْبِ إِن تَحْمِلْ عَلَيْهِ يَلْهَثْ أَوْ تَتْرُكْهُ يَلْهَث ۚ ذَّٰلِكَ مَثَلُ ٱلْقَوْمِ ٱلَّذِينَ كَذَّبُوا۟ بِـَٔايَـٰتِنَا ۚ فَٱقْصُصِ ٱلْقَصَصَ لَعَلَّهُمْ يَتَفَكَّرُونَ
Transliteration walaw shi'nā larafaʿnāhu bihā walākinnahu akhlada ilā l-arḍi wa-ittabaʿa hawāhu famathaluhu kamathali l-kalbi in taḥmil ʿalayhi yalhath aw tatruk'hu yalhath dhālika mathalu l-qawmi alladhīna kadhabū biāyātinā fa-uq'ṣuṣi l-qaṣaṣa laʿallahum yatafakkarūna
Dutch En als Wij het hadden gewild, dan hadden Wij hem zeker met (Onze verzen) verheven ( tot rang van geleerde). Maar hij bleef zich vastklampen aan het slijk der aarde en volgde zijn zelfingenomen begeerte.. Zijn beschrijving is zoals de beschrijving van een hond: als je hem wegjaagt, hangt zijn tong uit zijn bek en als je hem achterlaat, dan hangt zijn tong er nog steeds uit. Dat is de gelijkenis van de mensen die Onze Verzen verwerpen. Vertel daarom de geschiedenissen, in de hoop dat zij erover nadenken.
Verse 177
سَآءَ مَثَلًا ٱلْقَوْمُ ٱلَّذِينَ كَذَّبُوا۟ بِـَٔايَـٰتِنَا وَأَنفُسَهُمْ كَانُوا۟ يَظْلِمُونَ
Transliteration sāa mathalan l-qawmu alladhīna kadhabū biāyātinā wa-anfusahum kānū yaẓlimūna
Dutch Kwaad is de gelijkenis van de mensen die Onze Tekenen verwerpen en zichzelf kwaad doen.
Verse 178
مَن يَهْدِ ٱللَّهُ فَهُوَ ٱلْمُهْتَدِى ۖ وَمَن يُضْلِلْ فَأُو۟لَـٰٓئِكَ هُمُ ٱلْخَـٰسِرُونَ
Transliteration man yahdi l-lahu fahuwa l-muh'tadī waman yuḍ'lil fa-ulāika humu l-khāsirūna
Dutch Wie door Allah geleid wordt, die volgt de ware Leiding en wie Hij doet dwalen, dat zijn de verliezers.
Verse 179
وَلَقَدْ ذَرَأْنَا لِجَهَنَّمَ كَثِيرًا مِّنَ ٱلْجِنِّ وَٱلْإِنسِ ۖ لَهُمْ قُلُوبٌ لَّا يَفْقَهُونَ بِهَا وَلَهُمْ أَعْيُنٌ لَّا يُبْصِرُونَ بِهَا وَلَهُمْ ءَاذَانٌ لَّا يَسْمَعُونَ بِهَآ ۚ أُو۟لَـٰٓئِكَ كَٱلْأَنْعَـٰمِ بَلْ هُمْ أَضَلُّ ۚ أُو۟لَـٰٓئِكَ هُمُ ٱلْغَـٰفِلُونَ
Transliteration walaqad dharanā lijahannama kathīran mina l-jini wal-insi lahum qulūbun lā yafqahūna bihā walahum aʿyunun lā yub'ṣirūna bihā walahum ādhānun lā yasmaʿūna bihā ulāika kal-anʿāmi bal hum aḍallu ulāika humu l-ghāfilūna
Dutch Voorzeker, Wij hebben velen van de Djinn’s en de mensen voor de Hel geschapen. Zij hebben harten waarmee zij (de waarheid) niet begrijpen, zij hebben ogen waarmee zij niet zien en zij hebben oren waarmee zij (de verzen) niet horen. Zij zijn zoals het vee! Neen, hun dwaling is zelfs erger (want) zij zijn de achtelozen!
Verse 180
وَلِلَّهِ ٱلْأَسْمَآءُ ٱلْحُسْنَىٰ فَٱدْعُوهُ بِهَا ۖ وَذَرُوا۟ ٱلَّذِينَ يُلْحِدُونَ فِىٓ أَسْمَـٰٓئِهِۦ ۚ سَيُجْزَوْنَ مَا كَانُوا۟ يَعْمَلُونَ
Transliteration walillahi l-asmāu l-ḥus'nā fa-id'ʿūhu bihā wadharū alladhīna yul'ḥidūna fī asmāihi sayuj'zawna mā kānū yaʿmalūna
Dutch En de "Mooiste Namen behoren Allah toe, roep Hem daarmee aan en verlaat het gezelschap van degenen die Zijn Namen verloochenen en ontkennen. Zij zullen voor hun daden vergolden worden.
Verse 181
وَمِمَّنْ خَلَقْنَآ أُمَّةٌ يَهْدُونَ بِٱلْحَقِّ وَبِهِۦ يَعْدِلُونَ
Transliteration wamimman khalaqnā ummatun yahdūna bil-ḥaqi wabihi yaʿdilūna
Dutch En onder degenen die Wij geschapen hebben is er een gemeenschap die (anderen) leidt in de Waarheid en daartussen rechtvaardigheid betracht.
Verse 182
وَٱلَّذِينَ كَذَّبُوا۟ بِـَٔايَـٰتِنَا سَنَسْتَدْرِجُهُم مِّنْ حَيْثُ لَا يَعْلَمُونَ
Transliteration wa-alladhīna kadhabū biāyātinā sanastadrijuhum min ḥaythu lā yaʿlamūna
Dutch Degenen die Onze Tekenen verwerpen zullen Wij geleidelijk naar de vernietiging voeren, op manieren die zij niet kunnen voorzien.
Verse 183
وَأُمْلِى لَهُمْ ۚ إِنَّ كَيْدِى مَتِينٌ
Transliteration wa-um'lī lahum inna kaydī matīnun
Dutch Ik geef hen uitstel, zeker Mijn plan is sterk.
Verse 184
أَوَلَمْ يَتَفَكَّرُوا۟ ۗ مَا بِصَاحِبِهِم مِّن جِنَّةٍ ۚ إِنْ هُوَ إِلَّا نَذِيرٌ مُّبِينٌ
Transliteration awalam yatafakkarū mā biṣāḥibihim min jinnatin in huwa illā nadhīrun mubīnun
Dutch Denken zij niet na. Er is geen krankzinnigheid in hun metgezel. Hij is een duidelijke waarschuwer.
Verse 185
أَوَلَمْ يَنظُرُوا۟ فِى مَلَكُوتِ ٱلسَّمَـٰوَٰتِ وَٱلْأَرْضِ وَمَا خَلَقَ ٱللَّهُ مِن شَىْءٍ وَأَنْ عَسَىٰٓ أَن يَكُونَ قَدِ ٱقْتَرَبَ أَجَلُهُمْ ۖ فَبِأَىِّ حَدِيثٍۭ بَعْدَهُۥ يُؤْمِنُونَ
Transliteration awalam yanẓurū fī malakūti l-samāwāti wal-arḍi wamā khalaqa l-lahu min shayin wa-an ʿasā an yakūna qadi iq'taraba ajaluhum fabi-ayyi ḥadīthin baʿdahu yu'minūna
Dutch Kijken zij dan niet naar het Koninkrijk van de hemelen en de aarde en naar alle zaken die Allah geschapen heeft? En kan het zijn dat het einde van hun leven nabij is? In welke boodschap zullen zij hierna dan geloven?
Verse 186
مَن يُضْلِلِ ٱللَّهُ فَلَا هَادِىَ لَهُۥ ۚ وَيَذَرُهُمْ فِى طُغْيَـٰنِهِمْ يَعْمَهُونَ
Transliteration man yuḍ'lili l-lahu falā hādiya lahu wayadharuhum fī ṭugh'yānihim yaʿmahūna
Dutch En wie door Allah tot dwaling gebracht word: voor hem is er geen leider en Hij laat hen blind ronddwalen in hun overtredingen.
Verse 187
يَسْـَٔلُونَكَ عَنِ ٱلسَّاعَةِ أَيَّانَ مُرْسَىٰهَا ۖ قُلْ إِنَّمَا عِلْمُهَا عِندَ رَبِّى ۖ لَا يُجَلِّيهَا لِوَقْتِهَآ إِلَّا هُوَ ۚ ثَقُلَتْ فِى ٱلسَّمَـٰوَٰتِ وَٱلْأَرْضِ ۚ لَا تَأْتِيكُمْ إِلَّا بَغْتَةً ۗ يَسْـَٔلُونَكَ كَأَنَّكَ حَفِىٌّ عَنْهَا ۖ قُلْ إِنَّمَا عِلْمُهَا عِندَ ٱللَّهِ وَلَـٰكِنَّ أَكْثَرَ ٱلنَّاسِ لَا يَعْلَمُونَ
Transliteration yasalūnaka ʿani l-sāʿati ayyāna mur'sāhā qul innamā ʿil'muhā ʿinda rabbī lā yujallīhā liwaqtihā illā huwa thaqulat fī l-samāwāti wal-arḍi lā tatīkum illā baghtatan yasalūnaka ka-annaka ḥafiyyun ʿanhā qul innamā ʿil'muhā ʿinda l-lahi walākinna akthara l-nāsi lā yaʿlamūna
Dutch Zij vragen jou (O Mohammed) over het Uur: “Wanneer zal de aangewezen tijd zijn?” Zeg: “De kennis daarvan is (alleen) bij mijn Heer. Niemand kan daar de tijd van openbaren, behalve Hij. Zwaar is de last voor de hemelen en de aarde. Het zal onverwachts over jullie komen.” Zij vragen jou alsof jij daar goede kennis van hebt. Zeg: “De kennis daarvan is (alleen) bij Allah, maar de meeste mensen weten het niet.”
Verse 188
قُل لَّآ أَمْلِكُ لِنَفْسِى نَفْعًا وَلَا ضَرًّا إِلَّا مَا شَآءَ ٱللَّهُ ۚ وَلَوْ كُنتُ أَعْلَمُ ٱلْغَيْبَ لَٱسْتَكْثَرْتُ مِنَ ٱلْخَيْرِ وَمَا مَسَّنِىَ ٱلسُّوٓءُ ۚ إِنْ أَنَا۠ إِلَّا نَذِيرٌ وَبَشِيرٌ لِّقَوْمٍ يُؤْمِنُونَ
Transliteration qul lā amliku linafsī nafʿan walā ḍarran illā mā shāa l-lahu walaw kuntu aʿlamu l-ghayba la-is'takthartu mina l-khayri wamā massaniya l-sūu in anā illā nadhīrun wabashīrun liqawmin yu'minūna
Dutch Zeg: “Ik bezit geen kracht ten gunste of ten nadele van mijzelf, behalve als Allah het wil. Als ik de kennis van het onzichtbare had, dan zou ik het goede vermeerderd hebben en zou het kwade mij niet hebben getroffen. Ik ben alleen maar een waarschuwer, een brenger van goede berichten voor de mensen die geloven.
Verse 189
۞ هُوَ ٱلَّذِى خَلَقَكُم مِّن نَّفْسٍ وَٰحِدَةٍ وَجَعَلَ مِنْهَا زَوْجَهَا لِيَسْكُنَ إِلَيْهَا ۖ فَلَمَّا تَغَشَّىٰهَا حَمَلَتْ حَمْلًا خَفِيفًا فَمَرَّتْ بِهِۦ ۖ فَلَمَّآ أَثْقَلَت دَّعَوَا ٱللَّهَ رَبَّهُمَا لَئِنْ ءَاتَيْتَنَا صَـٰلِحًا لَّنَكُونَنَّ مِنَ ٱلشَّـٰكِرِينَ
Transliteration huwa alladhī khalaqakum min nafsin wāḥidatin wajaʿala min'hā zawjahā liyaskuna ilayhā falammā taghashāhā ḥamalat ḥamlan khafīfan famarrat bihi falammā athqalat daʿawā l-laha rabbahumā la-in ātaytanā ṣāliḥan lanakūnanna mina l-shākirīna
Dutch Hij is Degene Die jullie geschapen heeft uit één enkele ziel en Hij maakte daaruit zijn echtgenote, opdat hij bij haar rust zou vinden. Toen hij met haar geslapen had werd zij zwanger, maar zij droeg het (de last) licht. En toen zij zwaar werd riepen zij Allah aan, hun Heer (zeggende): “Als U ons een rechtschapene schenkt, zullen wij zeker dankbaar zijn.”
Verse 190
فَلَمَّآ ءَاتَىٰهُمَا صَـٰلِحًا جَعَلَا لَهُۥ شُرَكَآءَ فِيمَآ ءَاتَىٰهُمَا ۚ فَتَعَـٰلَى ٱللَّهُ عَمَّا يُشْرِكُونَ
Transliteration falammā ātāhumā ṣāliḥan jaʿalā lahu shurakāa fīmā ātāhumā fataʿālā l-lahu ʿammā yush'rikūna
Dutch Maar toen Hij hen een rechtschapene had geschonken, kenden zij naast Hem deelgenoten toe in wat Hij hen had gegeven. Hoog zij Allah, Verheven boven alles wat zij aan Hem als deelgenoten toeschrijven.
Verse 191
أَيُشْرِكُونَ مَا لَا يَخْلُقُ شَيْـًٔا وَهُمْ يُخْلَقُونَ
Transliteration ayush'rikūna mā lā yakhluqu shayan wahum yukh'laqūna
Dutch Kennen zij aan Allah deelgenoten toe van degenen die niets geschapen hebben en die zelf geschapen zijn?
Verse 192
وَلَا يَسْتَطِيعُونَ لَهُمْ نَصْرًا وَلَآ أَنفُسَهُمْ يَنصُرُونَ
Transliteration walā yastaṭīʿūna lahum naṣran walā anfusahum yanṣurūna
Dutch Geen hulp kunnen zij anderen geven, noch kunnen zij zichzelf helpen.
Verse 193
وَإِن تَدْعُوهُمْ إِلَى ٱلْهُدَىٰ لَا يَتَّبِعُوكُمْ ۚ سَوَآءٌ عَلَيْكُمْ أَدَعَوْتُمُوهُمْ أَمْ أَنتُمْ صَـٰمِتُونَ
Transliteration wa-in tadʿūhum ilā l-hudā lā yattabiʿūkum sawāon ʿalaykum adaʿawtumūhum am antum ṣāmitūna
Dutch En als jullie hen voor leiding roepen, dan volgen zij jullie niet. Het is voor jullie hetzelfde of jullie ze roepen of dat jullie niets zeggen.
Verse 194
إِنَّ ٱلَّذِينَ تَدْعُونَ مِن دُونِ ٱللَّهِ عِبَادٌ أَمْثَالُكُمْ ۖ فَٱدْعُوهُمْ فَلْيَسْتَجِيبُوا۟ لَكُمْ إِن كُنتُمْ صَـٰدِقِينَ
Transliteration inna alladhīna tadʿūna min dūni l-lahi ʿibādun amthālukum fa-id'ʿūhum falyastajībū lakum in kuntum ṣādiqīna
Dutch Waarlijk, degenen die jullie naast Allah oproepen, zijn dienaren, net als jullie. Roep hen dus en laat hen jullie antwoorden als jullie waarachtig zijn.
Verse 195
أَلَهُمْ أَرْجُلٌ يَمْشُونَ بِهَآ ۖ أَمْ لَهُمْ أَيْدٍ يَبْطِشُونَ بِهَآ ۖ أَمْ لَهُمْ أَعْيُنٌ يُبْصِرُونَ بِهَآ ۖ أَمْ لَهُمْ ءَاذَانٌ يَسْمَعُونَ بِهَا ۗ قُلِ ٱدْعُوا۟ شُرَكَآءَكُمْ ثُمَّ كِيدُونِ فَلَا تُنظِرُونِ
Transliteration alahum arjulun yamshūna bihā am lahum aydin yabṭishūna bihā am lahum aʿyunun yub'ṣirūna bihā am lahum ādhānun yasmaʿūna bihā quli id'ʿū shurakāakum thumma kīdūni falā tunẓirūni
Dutch Hebben zij voeten waarmee zij lopen? Of handen, waarmee zij vasthouden? Of hebben zij ogen, waarmee zij zien? Of hebben zij oren, waarmee zij horen? Zeg: “Roep jullie deelgenoten aan laat hen een list tegen mij uitvoeren en geef mij geen uitstel!”
Verse 196
إِنَّ وَلِـِّۧىَ ٱللَّهُ ٱلَّذِى نَزَّلَ ٱلْكِتَـٰبَ ۖ وَهُوَ يَتَوَلَّى ٱلصَّـٰلِحِينَ
Transliteration inna waliyyiya l-lahu alladhī nazzala l-kitāba wahuwa yatawallā l-ṣāliḥīna
Dutch Waarlijk, mijn Beschermheer is Allah Die het boek heeft geopenbaard en Hij beschermt de rechtvaardigen.
Verse 197
وَٱلَّذِينَ تَدْعُونَ مِن دُونِهِۦ لَا يَسْتَطِيعُونَ نَصْرَكُمْ وَلَآ أَنفُسَهُمْ يَنصُرُونَ
Transliteration wa-alladhīna tadʿūna min dūnihi lā yastaṭīʿūna naṣrakum walā anfusahum yanṣurūna
Dutch En degenen die jullie naast Hem (Allah) aanroepen kunnen jullie niet helpen noch kunnen zij zichzelf helpen.”
Verse 198
وَإِن تَدْعُوهُمْ إِلَى ٱلْهُدَىٰ لَا يَسْمَعُوا۟ ۖ وَتَرَىٰهُمْ يَنظُرُونَ إِلَيْكَ وَهُمْ لَا يُبْصِرُونَ
Transliteration wa-in tadʿūhum ilā l-hudā lā yasmaʿū watarāhum yanẓurūna ilayka wahum lā yub'ṣirūna
Dutch En als jullie hen voor leiding roepen, horen zij niet. En jullie zien hen naar jullie kijken maar zij zien niet.
Verse 199
خُذِ ٱلْعَفْوَ وَأْمُرْ بِٱلْعُرْفِ وَأَعْرِضْ عَنِ ٱلْجَـٰهِلِينَ
Transliteration khudhi l-ʿafwa wamur bil-ʿur'fi wa-aʿriḍ ʿani l-jāhilīna
Dutch Aanvaard de verontschuldiging (van je medemens), spoor aan tot het goede en keer je af van de dwazen (door bij hen weg te blijven).
Verse 200
وَإِمَّا يَنزَغَنَّكَ مِنَ ٱلشَّيْطَـٰنِ نَزْغٌ فَٱسْتَعِذْ بِٱللَّهِ ۚ إِنَّهُۥ سَمِيعٌ عَلِيمٌ
Transliteration wa-immā yanzaghannaka mina l-shayṭāni nazghun fa-is'taʿidh bil-lahi innahu samīʿun ʿalīmun
Dutch En als Sjaitaan jou met een kwade influistering benadert (tijdens het gehoorzamen aan Allah’s bevelen), zoek dan toevlucht bij Allah. Waarlijk, Hij is Alhorend (over de woorden), Alwetend (over de daden).
Verse 201
إِنَّ ٱلَّذِينَ ٱتَّقَوْا۟ إِذَا مَسَّهُمْ طَـٰٓئِفٌ مِّنَ ٱلشَّيْطَـٰنِ تَذَكَّرُوا۟ فَإِذَا هُم مُّبْصِرُونَ
Transliteration inna alladhīna ittaqaw idhā massahum ṭāifun mina l-shayṭāni tadhakkarū fa-idhā hum mub'ṣirūna
Dutch Waarlijk! Degenen die godvrezend zijn, gedenken Allah zodra de kwade gedachten van Sjaitaan bij hen opkomen, waardoor zij kunnen onderscheiden.
Verse 202
وَإِخْوَٰنُهُمْ يَمُدُّونَهُمْ فِى ٱلْغَىِّ ثُمَّ لَا يُقْصِرُونَ
Transliteration wa-ikh'wānuhum yamuddūnahum fī l-ghayi thumma lā yuq'ṣirūna
Dutch En hun (duivelse ongelovige) broeders doen hen nog dieper afdalen in de dwaling, en (overwegen het zelfs niet) om daar mee op te houden.”
Verse 203
وَإِذَا لَمْ تَأْتِهِم بِـَٔايَةٍ قَالُوا۟ لَوْلَا ٱجْتَبَيْتَهَا ۚ قُلْ إِنَّمَآ أَتَّبِعُ مَا يُوحَىٰٓ إِلَىَّ مِن رَّبِّى ۚ هَـٰذَا بَصَآئِرُ مِن رَّبِّكُمْ وَهُدًى وَرَحْمَةٌ لِّقَوْمٍ يُؤْمِنُونَ
Transliteration wa-idhā lam tatihim biāyatin qālū lawlā ij'tabaytahā qul innamā attabiʿu mā yūḥā ilayya min rabbī hādhā baṣāiru min rabbikum wahudan waraḥmatun liqawmin yu'minūna
Dutch En wanneer jij niet met een Vers tot hen komt zeggen zij: “Waarom heb je er zelf niet een verzonnen?” Zeg: “Ik volg wat er aan mij van mijn Heer geopenbaard is. Dit zijn niets anders dan bewijzen van jullie Heer en een Leiding en een Genade voor de mensen die geloven.”
Verse 204
وَإِذَا قُرِئَ ٱلْقُرْءَانُ فَٱسْتَمِعُوا۟ لَهُۥ وَأَنصِتُوا۟ لَعَلَّكُمْ تُرْحَمُونَ
Transliteration wa-idhā quri-a l-qur'ānu fa-is'tamiʿū lahu wa-anṣitū laʿallakum tur'ḥamūna
Dutch Als de Koran gereciteerd wordt, luister er dan naar en wees stil, zodat jullie genade mogen ontvangen.
Verse 205
وَٱذْكُر رَّبَّكَ فِى نَفْسِكَ تَضَرُّعًا وَخِيفَةً وَدُونَ ٱلْجَهْرِ مِنَ ٱلْقَوْلِ بِٱلْغُدُوِّ وَٱلْـَٔاصَالِ وَلَا تَكُن مِّنَ ٱلْغَـٰفِلِينَ
Transliteration wa-udh'kur rabbaka fī nafsika taḍarruʿan wakhīfatan wadūna l-jahri mina l-qawli bil-ghuduwi wal-āṣāli walā takun mina l-ghāfilīna
Dutch En gedenk jullie Heer in jezelf, nederig en met vrees, zonder luidruchtigheid van woorden, in de ochtenden en in de avonden en behoor niet tot degenen die onachtzaam zijn.
Verse 206
إِنَّ ٱلَّذِينَ عِندَ رَبِّكَ لَا يَسْتَكْبِرُونَ عَنْ عِبَادَتِهِۦ وَيُسَبِّحُونَهُۥ وَلَهُۥ يَسْجُدُونَ ۩
Transliteration inna alladhīna ʿinda rabbika lā yastakbirūna ʿan ʿibādatihi wayusabbiḥūnahu walahu yasjudūna
Dutch Zeker, degenen die bij jouw Heer zijn, zijn nooit te trots om Hem te aanbidden, en zij prijzen Zijn Glorie en knielen voor Hem.
Read Surah Al-A'raf in another language
- English (word by word)
- Albanian
- Amazigh
- Amharic
- Assamese
- Azerbaijani
- Bambara
- Bangla
- Bosnian
- Bulgarian
- Chinese
- Czech
- Dari
- Dhivehi
- Finnish
- French
- German
- Gujarati
- Hausa
- Hebrew
- Hindi
- Indonesian
- Italian
- Japanese
- Kannada
- Kazakh
- Khmer
- Kinyarwanda
- Korean
- Kurdish
- Luganda
- Malay
- Malayalam
- Maranao
- Marathi
- Nepali
- Norwegian
- Oromo
- Pashto
- Persian
- Polish
- Portuguese
- Romanian
- Russian
- Sindhi
- Sinhala
- Somali
- Spanish
- Swahili
- Swedish
- Tagalog
- Tajik
- Tamil
- Tatar
- Telugu
- Thai
- Turkish
- Ukrainian
- Urdu
- Uyghur
- Uzbek
- Vietnamese
- Yao
- Yoruba
All 114 surahs in Dutch: the Qur’an in Dutch.
Dutch translation: Malak Faris Abdalsalaam, from Quran.com. Transliteration: Quran.com. Recitation: Mishary Alafasy, from EveryAyah.com. MyDugsi is a learning aid, not a replacement for a qualified teacher.